"Want God heeft Zijn Zoon niet in de wereld gezonden opdat Hij de wereld zou veroordelen, maar opdat de wereld door Hem behouden zou worden” (Johannes 3:17)
Wanneer wij Gods Woord verkondigen, dan moeten wij dat niet zodanig doen dat wij het volk van God schuldig en veroordeeld laten voelen.
De Bijbel leert ons om “elkaar AAN TE MOEDIGEN” – en om dat “DAGELIJKS” te doen, wanneer wij het volk van God willen behoeden zodat “niemand van hen VERHARD zal worden door de VERLEIDING van de zonde” (Hebreeën 3:13). Dit betekent dat wij ELKE dag, in ELKE boodschap, de mens waartegen wij het woord verkondigen, moeten aanmoedigen. Alleen op die wijze zijn wij in staat om hen behoeden voor zonde. Satan verleidt ons echter door ons te laten denken dat wij gelovigen heiliger en meer toegewijd aan God kunnen laten zijn, door hen schuldig te laten voelen door onze wijze van prediking. Dat is een leugen.
De Heilige Geest overtuigd Gods kinderen inderdaad, door de verkondiging van het Woord. Maar tegelijkertijd bemoedigt Hij hen ook. Zoals wij net konden lezen heeft God Zijn Zoon niet naar de wereld gestuurd om deze te veroordelen, maar te redden. En God heeft de Heilige Geest niet aan de gemeente gegeven om de gelovigen te veroordelen maar om te bemoedigen. God is een God van bemoedigingen. Hij sterkt elke keer opnieuw onze geest en geeft ons HOOP (zie Romeinen 15:5 en 2 Korintiërs 1:3-4). Een bediening van veroordeling is een oud testamentische bediening, die de mens in een geestelijke dood leidt (zie 2 Korintiërs 3:7-9). Een bediening volgens het nieuwe verbond is een bediening dat leven geeft en de mens naar godsvrucht leidt.
Het is gemakkelijk om in de val te lopen door het op een dusdanige wijze aantonen van zonde, dat gelovigen zich schuldig gaan voelen. Dan hebben wij gefaald in onze bediening en de mensen op een “pad van schuldgevoel” gestuurd. Een dergelijk man-made schuldgevoel kan een gevangenis worden, waar het voor een gelovige erg moeilijk is om zich uit te bevrijden.
Het is een vrij veel voorkomende techniek onder predikers, (special wanneer zij jong, onervaren en onzeker zijn, of wanneer zij zich minderwaardig voelen en op die wijze indruk willen maken) dat zij een hoogstaande, onrealistische standaard van heiligheid verkondigen waardoor iedereen (behalve zij zelf!) zich schuldig gaat voelen. Het niveau van leven dat zij in hun prediking aangeven is iets wat onhaalbaar is. Het is een niveau dat zelfs Jezus en de apostelen niet predikten, of van anderen vroegen om zo te leven. Zulke predikers leven zelf niet volgens de standaard die zij verkondigen. Geestelijk zwakke gelovigen horen echter hun prediking en voelen zich veroordeeld en schuldig en worden hierdoor ontmoedigt.
De meeste uitdagingen waar christelijke gelovigen, die in fulltime christelijk werk of de zending werken mee geconfronteerd worden, zijn gebaseerd op de “schuldgevoel” methode. De nood in bepaalde delen van de wereld wordt door een prediker zodanig benadrukt dat de luisteraar zich schuldig voelt, waardoor sommigen hun baan opzeggen om als zendeling uit te gaan naar het “zendingsveld”. Jezus en de apostelen hebben nooit van dit soort technieken gebruik gemaakt om iemand naar de velden in de wereld te sturen om te oogsten. Jezus sprak tot Zijn apostelen om uit te gaan in de wereld en discipelen te maken. Hij zond hen echter niet uit door hen schuldig te laten voelen over hun rijke bestaan in Israël in vergelijking met de armoede in andere delen van de wereld. Deze wijze van schuldgevoel prediking is er de oorzaak van dat er tegenwoordig zo veel oppervlakkigheid is onder de christenwerkers. De meesten van hen gingen de Heere dienen omdat zij zich schuldig voelden wanneer zij in hun seculiere baan zouden blijven, nadat zij gehoord hadden over de zendingsuitdaging. God had hen nooit geroepen om in Zijn dienst te staan. Maar zij gingen op weg, gedreven door gevoelens van schuld. Fulltime christelijk werk is een dusdanig geheiligd gebeuren, dat wij niet het recht hebben om dit ons zelf toe te eigenen wanneer God ons hiertoe niet geroepen heeft.
Veel onderwijs, binnen het christendom, over tienden en gaven wordt tegenwoordig ook gegeven op basis van de “schuldgevoel” methode. Er wordt voor gezorgd dat gelovigen zich erg schuldig gaan voelen, wanneer zij geen of weinig geld geven voor “het werk van God”. Dus geven zij veel van hun zuur verdiende euro’s aan de hebzuchtige predikers, voor hun “gemeente”. Dit is één van de kwalijkste zonden die tegenwoordig door predikers, over de hoofden van arme gelovigen, is binnen geslopen – en dit alles “in de naam van Christus”. Wij vinden nergens, op geen enkel moment, dat Jezus zulke methodes van druk gebruikt. Zijn woorden waren: “Als u Mij liefhebt, neem dan Mijn geboden in acht.” (Johannes 14:15). Tegen Petrus zei Hij: “Wanneer jij meer van Mij houdt dan van iets anders, hoedt dan mijn schapen en geeft hen te eten” (Johannes 21:15-17 parafrase). “God heeft een blijmoedige gever lief” (2 Korintiërs 9:7).
Dit is, in het nieuwe verbond, Gods manier – de weg van vrije, vrijwillige en blijmoedig dienst, zonder enige zielse druk wat door een prediker wordt uitgeoefend. Wij moeten leren om onderscheid te maken tussen een zielse prediker die handige woorden op ons afstuurt en de zachte leiding van de Heilige Geest. Wanneer demonen zich meester maken van de mens dan nemen zij hun de keuzevrijheid weg en beheersen hen geheel en al. De Heilige Geest daarentegen neemt nooit bezit van mensen. Hij vult hen. Het grote verschil is dat Hij de mens nooit zijn vrijheid om te kiezen ontneemt, zelfs niet nadat Hij hen gevuld heeft. De Heilige Geest zal ons nooit onze vrij wil ontnemen, noch ons onder druk zetten – zoals satan en veel predikers dat wel proberen te doen.
Wij moeten “schuldgevoel” prediking gelijk kunnen onderscheiden – en het in ons denken direct afwijzen, wanneer wij willen wandelen in de vrijheid van de Geest.
In mijn vroegere jaren, toen ik nog niet begreep wat het inhield om een “nieuw verbond” dienaar te zijn, deed ik ook veel wettisch, “schuldgevoel” prediking. Ik bekeerde mij hiervan en heb het lang geleden achterwege gelaten. “Toen ik een kind was, sprak ik als een kind, dacht ik als een kind, overlegde ik als een kind, maar nu ik een man geworden ben, heb ik het kinderlijke tenietgedaan” (1 Korintiërs 13:11). Schuldgevoel prediking brengt mensen alleen maar in slavernij – terwijl Jezus en de Heilige Geest gekomen zijn om ons de vrijheid te geven.
Elke prediker die gebruik maakt van de schuldgevoel prediking is wettisch, maar hij is zich daar niet van bewust. Het meest wettisch zijn zij die het woord verkondigen vanuit het Nieuwe Testament, maar in de geest van het oude verbond. Zij denken dat zij het nieuwe verbond prediken, maar zij zijn door satan misleidt door de letter van het nieuwe verbond, zonder in de geest van het nieuwe verbond te zijn. Het nieuwe verbond is geen evangelie van de letter maar van de geest. De woorden die Jezus sprak waren “geest en leven” (Johannes 6:63). De bediening van de Geest is nooit een van dwang of veroordeling, maar altijd een van bemoediging en hoop. God “heft ons hoofd omhoog” (Psalm 3:3), en “drukt ons hoofd NIET naar beneden”. Hij probeert ons nooit beschaamt te laten zijn in het Hem gehoorzamen. Onderwijzers willen, in het opeisen van gehoorzaamheid, hun studenten nog wel eens terecht wijzen, maar liefdevolle vaders zullen dat nooit doen. Zij willen dat hun kinderen hun met blijmoedigheid gehoorzaam zijn, door hen aan te moedigen (zie 1 Korintiërs 4:14-15). Het is door onze houding tegenover onze kudde waardoor wij kunnen ontdekken of wij onderwijzers of vaders zijn. Onze gemeenten hebben geen behoefte aan onderwijzers maar wij hebben meer vaders nodig.
Wij moeten onderscheidt kunnen maken tussen overtuiging door de Heilige Geest en de veroordeling door de WET. Schuldgevoel prediking leidt tot ontmoediging en eigen veroordeling, daarom kunnen zij niet leven in de vrijheid van de Geest en overwinnaars worden.
Wanneer een prediker de schuldgevoel methode toepast, dan toont dat aan dat hij God niet echt kent, noch de wegen van de Heilige Geest. Het geeft aan dat zijn kennis van de Bijbel heel miniem is. Hij is nog oneerlijk ook – hij kan namelijk nooit zelf bij de standaarden leven die hij verkondigd. Jezus DEED eerst en ONDERWEES daarna (Handelingen 1:1). Maar deze predikers, net als de Farizeeërs van weleer, “binden lasten samen die zwaar zijn en moeilijk om te dragen, en zij leggen ze op de schouders van de mensen; maar zij willen die zelf met geen vinger verroeren” (Mattheüs 23:3-4).
Het is onmogelijk om oprechte gemeenschap te hebben met een schuld-prediker omdat hij niet “arm van geest” is. Arm van geest wordt ook wel omschreven als: ”zij die zichzelf onbelangrijk vinden” (Mattheüs 5:3). Ik heb in mijn leven slechts een paar predikers ontmoet die zichzelf onbelangrijk vinden. De “airs” waarmee veel predikers zichzelf omgeven, laten aan iedereen zien hoe ontzettend belangrijk zij zijn, vergeleken met “gewone” gelovigen in hun gemeente! Ik sluit mij van binnen altijd af, wanneer ik naar zulke mannen luister, want ik weet dat ik niets van eeuwigheidswaarde van zulke trotse mannen kan ontvangen. Zulke woordverkondigers zijn geïnfecteerd door de “aanklager” en dat is de reden waarom hun schuldprediking hoofdzakelijk bestaat uit het beschuldigen van anderen dat zij niet aan Gods standaarden voldoen. Zij verbeelden zichzelf dat zij “profeten” zijn, maar zij hebben gebrek aan compassie zoals de authentieke profeten dat wel hadden. Zulke arrogante predikers zullen het koninkrijk der hemelen niet beërven (Mattheüs 5:3). Dus kunnen zij anderen niet de weg wijzen in de “vrijheid van de Geest” (het kenmerk van het koninkrijk der hemelen). Zulke predikers zullen nooit in staat zijn om een broederschap op te zetten of ergens een lokale uitvoering te geven aan het lichaam van Christus. Zij zijn alleen in staat om een gemeenschap te vormen met hun eigen “bewonderaars”. Dat God ons mag beschermen tegen zulk onheil.
Het is mij opgevallen dat het gewoonlijk jonge mannen zijn die zich bezig houden met “schuldgevoel prediking”. En ik heb ook gezien dat, wanneer zulke jonge mannen zichzelf niet beoordelen en op zoek zijn om te groeien in genade, zij niet veranderen, zelfs niet toen zij oudere mannen werden en oudsten in een gemeente.
Laten wij onszelf verzekeren dat wij in onze verkonding van het Woord nooit de “schuldgevoel” methode toepassen om te proberen anderen te overtuigen van het feit dat zij falen in het gehoorzaam zijn aan God. Laten wij nooit toestaan dat welke prediker dan ook ons, door zijn verkondiging, op een weg van schuldgevoelens stuurt. Laten wij berouw hebben en ons bekeren van het zijn van wettische onderwijzers en in plaats daarvan naarstig te zoeken om vaders te zijn. De glorie van de Heere wordt gezien in GENADE en WAARHEID, dat in vroegere tijden tot uitdrukking kwam in Zijn leven en Zijn Woorden (Johannes 1:14). Dat die glorie NU DOOR ONS tot uitdrukking mag komen. Amen en nogmaals Amen