Paulus was een ambassadeur van Jezus Christus (2 Korintiërs 5:20). Er zijn 12 kenmerken waaraan men een ambassadeur van Jezus Christus kan herkennen. Overzoek of deze kenmerken in uw leven van toepassing zijn.
1. Hij werd door God geroepen (2 Korintiërs 1:1). “Paulus, apostel van Jezus Christus door de wil van God.” Hij had zichzelf niet geroepen, nee God riep hem. Dit is erg belangrijk. Ga niet aan een bepaalde bediening beginnen wanneer God u niet geroepen heeft.
2. Hij was uiterlijk oprecht (vers 12). Een van de belangrijkste dingen die God van ons vraagt is eerlijkheid en oprechtheid. U kunt veel zwakheden hebben, maar u kunt ondanks dat, wanneer u eerlijk en oprecht bent, een ware dienaar van God zijn.
3. Paulus was gezalfd en verzegeld met de Heilige Geest (vers 22). Wat uw kwalificaties ook mogen zijn, probeer niet God te dienen wanneer u niet gezalfd bent met de Heilige Geest. Vergeet het en ga iets anders doen.
4. Het hield van hen die hij diende (2 Korintiërs 2:4). “opdat u de liefde zou leren kennen die ik overvloedig voor u heb.”
5. Hij vertrouwde volledig op God (2 Korintiërs 3:5). “onze bekwaamheid is uit God.” Hij vertrouwde niet op menselijke hulpbronnen. Hij zal dingen gebruikt hebben die mensen aan hem gaven, maar hij was niet afhankelijk van mensen. Hij vertrouwde niet op iets menselijks; hij vertrouwde volledig op God.
6. Hij gaf nooit op (2 Korintiërs 4:1). “Daarom, aangezien wij deze bediening hebben naar de barmhartigheid die ons bewezen is, verliezen wij de moed niet.” U kunt in uw bediening er misschien toe verleidt worden om op te geven, maar Paulus gaf nooit op.
7. Hij was een voorbeeld voor anderen ( 2 Korintiërs 6:3-4). “..in alles bewijzen wij onszelf als dienaars van God,..”. Hij was een voorbeeld voor anderen door zijn levenswijze en door de wijze waarop hij zich in bepaalde situaties gedroeg.
8. Hij gebruikte nooit anderen tot zijn voordeel (2 Korintiërs 7:2). Hij probeerde nooit om iemand tot zijn hulpje te maken, door dingen voor hem te laten opknappen. Hij misbruikte nooit de goedheid en gastvrijheid van anderen.
9. Hij ging verstandig met geld om (2 Korintiërs 8:20-21; 11:19). Hij was op het gebied van geld geen last voor een ander. Hij was heel voorzichtig in het beheer van geld. Hij nam geen geld aan van mensen waarvan hij de indruk had die zij zijn bediening niet op prijs stelden.
10. Hij bleef binnen de grenzen die God hem gesteld had (2 Korintiërs 10:13).
11. Hij was bereid om al het lichamelijke lijden te ondergaan dat nodig was (2 Korintiërs 11:23-33). Hij was ook bereid om te leven met de last van een “doorn in zijn vlees” 2 Korintiërs 12:9-10). God stond dat lijden toe en hij accepteerde dat.
12. Het was zijn verlangen om de mensen de weg te wijzen naar perfectie (2 Korintiërs 13:9). “Want wij verblijden ons wanneer … u sterk bent. En wij bidden ook … om uw volledig herstel.”
Dit was de apostel Paulus. Laten wij zijn voetsporen gaan volgen en de Heere op die manier gaan dienen!