DE WAARHEID WAARIN WIJ GELOVEN

geschreven door :   Zac Poonen categorieën :   discipels
Article Body: 

• Wij worden in de Bijbel opgeroepen om aandacht te besteden aan onszelf en ons onderwijs, want alleen zo kunnen we bijdragen aan redding van onszelf en degenen aan wie wij het evangelie verkondigen (1 Tim.4:16). Ons leven en ons onderwijs zijn als twee benen die stabiliteit in ons Christelijk leven geven. Beide benen moeten even lang zijn, zoals bij normale mensen gebruikelijk is. In het algemeen benadrukken in het Christendom veel gelovigen of het één of het ander van deze twee benen.

1 Timotheüs.4:16 "Geef acht op uzelf en op de leer. Volhard daarin. Want wanneer u dat doet, zult u zowel uzelf behouden als hen die u horen."

• Wanneer het aankomt op de leer, is ons opgedragen om "nauwkeurig met het Woord van de waarheid om te gaan " (2 Tim.2:15). Velen zijn onvoorzichtig in hun studie van de Bijbel en dus onevenwichtig in hun begrip en inzicht in de leer.

2 Timotheüs 2:15 "Beijver u om uzelf welbeproefd voor God te stellen, als een arbeider die zich niet hoeft te schamen en die het Woord van de waarheid recht snijdt."

• Gods waarheid is net als het menselijk lichaam. Het is alleen perfect wanneer elk onderdeel in het juiste formaat aanwezig. Niet alle waarheden in de Schrift zijn even belangrijk. Om maar een voorbeeld te geven: spreken in tongen is niet zo belangrijk als de liefdevolle omgang met andere gelovigen. Als iemand één leer ten koste van een ander benadrukt, dan zal de waarheid die wij verkondigen net zo lelijk zijn als een lichaam met één groter oog, oor of been! Bovendien bewerken dergelijke, over benadrukte leerstellingen, dwaalleer. Het is daarom belangrijk dat wij nauwkeurig omgaan met Gods waarheid.

Het zou eenvoudig zijn wanneer wij kunnen stellen, de Waarheid, die waarheid is die wij in Gods Woord (de 66 boeken waaruit de Bijbel bestaat) vinden. Dat is de Waarheid. Maar omdat de Waarheid van Gods woord is verdraaid en bedorven door de geslepenheid van satan en mensen, is het noodzakelijk om hetgeen de Bijbel leert uit te diepen en uit te leggen..

Gods woord kan, in tegenstelling tot wiskunde, natuurkunde en wetenschap, niet worden begrepen door louter intellectuele studie, behalve door openbaring door de Heilige Geest. Deze openbaring, zei de Heer Jezus Christus, is alleen gegeven aan "jonge kinderen" (de nederigen en armen van geest) en niet aan trotse intellectuelen (Mattheüs 11:25). Dit was de reden waarom de schriftgeleerden, in de tijd van Jezus, Zijn onderwijs niet begrijpen konden. Vele van de hedendaagse Bijbelgeleerden zitten in hetzelfde schuitje - en om dezelfde reden!

Mattheüs 11:25 "In die tijd antwoordde Jezus en zei: Ik dank U, Vader, Heere van de hemel en van de aarde, dat U deze dingen voor wijzen en verstandigen verborgen hebt, en ze aan jonge kinderen hebt geopenbaard."

• Voor ons geld echter ook dat wij ons verstand moeten gebruiken zoals ons wordt opgedragen om "volwassen te worden in ons denken" (1 Cor.14:20).

1 Korintiërs 14:20 "Broeders, word geen kinderen in uw denken, maar wees kinderlijk in de slechtheid, en word in uw denken volwassen."

• Het is dus alleen het verstand, dat totaal onderdanig is aan de Heilige Geest, dat Gods woord als juist kan begrijpen.

God wil dat al Zijn kinderen, in alle opzichten, in vrijheid kunnen leven. Maar veel gelovigen zijn gebonden door veel zondige gewoonten en menselijke tradities. Een oorzaak hiervan is dat ze Gods woord achteloos en zonder zorg lezen.

Hoe ijveriger wij zijn om Gods woord te begrijpen, des te meer de waarheid ons zal vrij maken op elk gebied van ons leven (Johannes 8:31-32).

Johannes 8:31-32 "Jezus dan zei tegen de Joden die in Hem geloofden: Als u in Mijn woord blijft, bent u werkelijk Mijn discipelen, en u zult de waarheid kennen, en de waarheid zal u vrijmaken."

• De meeste gelovigen zijn zeer voorzichtig als het gaat om het omgaan met hun geld. Maar ze zijn zeer achteloos daar waar het gaat om het bestuderen van Gods Woord. Dit toont aan dat ze meer waarde echten aan geld dan aan God. Dergelijke gelovigen zullen uiteraard gaan dwalen in hun begrijpen van Gods woord.

Ons wordt duidelijk verteld dat de hele Schrift ons gegeven is om 'volmaakt' te kunnen zijn (2 Tim 3:16-17). Dus, we kunnen wij stellen dat degenen die niet geïnteresseerd zijn in christelijke volmaaktheid, Gods woord ook niet op de juiste wijze kunnen begrijpen. (zie Johannes 7:17).

2 Timotheüs 3:16-17 "Heel de Schrift is door God ingegeven en is nuttig om daarmee te onderwijzen, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in de rechtvaardigheid, opdat de mens die God toebehoort, volmaakt zou zijn, tot elk goed werk volkomen toegerust."

Johannes 7:17 "Als iemand de wil heeft om Zijn wil te doen, zal hij van dit onderricht weten of het uit God is, of dat Ik vanuit Mijzelf spreek.

• De vreze des Heren is het begin van wijsheid en God onthult zijn geheimen alleen aan degenen die hem vrezen (Psalm. 25:14).

Psalm. 25:14 "Vertrouwelijk gaat de HEERE om met wie Hem vrezen, Zijn verbond maakt Hij hun bekend."

DE WAARHEID MET BETREKKING TOT GOD

• De Bijbel leert ons dat God Eén is en ook dat er drie personen zijn in deze Ene God.

Omdat getallen tot de materiële wereld behoren, en omdat God Geest is, kan onze eindige geest deze waarheid niet volledig begrijpen, net zoals een klein kopje het water in een oceaan niet kan bevatten.

Een hond kan de vermenigvuldiging - wanneer men één drie keer vermenigvuldigd met één dit nog steeds één is (1 x 1 x 1 = 1) - niet begrijpen. Evenmin kunnen wij begrijpen hoe God drie personen kan zijn en toch één God. Een hond kan alleen een andere hond begrijpen. Hij kan een mens niet volledig begrijpen. Op dezelfde wijze zou een god die door de mens zou kunnen worden uitgelegd en begrepen alleen een ander mens zijn net als wijzelf. Het feit dat de God van de Bijbel onze verstand overstijgt is het duidelijkste bewijs dat dit inderdaad de waarheid is.

• De waarheid van de Drie-eenheid is duidelijk uit het eerste vers van de Bijbel, waar het woord voor 'God' - Elohim - meervoud is in het Hebreeuws. We zien het ook in het gebruik van de woorden 'Ons' en 'Onze' in Genesis 1:26. Het is nog duidelijker bij de doop van Jezus, waar de Vader (stem uit de hemel), de Zoon (Jezus Christus) en de Heilige Geest (in de vorm van een duif) alle drie aanwezig zijn (Matth. 3:16, 17).

Genesis 1:26a "En God [Elohim mv] zei: Laten Wij mensen maken naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis;"

Mattheüs 3:16-17 "En nadat Jezus gedoopt was, kwam Hij meteen op uit het water; en zie, de hemelen werden voor Hem geopend, en Hij zag de Geest van God als een duif neerdalen en op Zich komen. En zie, een stem uit de hemelen zei: Dit is Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik Mijn welbehagen heb!"

• Degenen die zeggen dat Jezus Zelf Vader, Zoon en Heilige Geest is, kunnen niet uitleggen hoe Hij Zijn Vaders wil op aarde heeft kunnen doen, terwijl Hij Zijn eigen wil niet deed. (Joh. 6:38). Er zijn mensen die geloven dat God enkel één persoon is, en die daarom dopen in de naam van "Jezus alleen" en daarmee ontkennen dat Jezus als een mens naar de aarde kwam.

Johannes 6:38 "Want Ik ben uit de hemel neergedaald, niet opdat Ik Mijn wil zou doen, maar de wil van Hem Die Mij gezonden heeft."

• De Bijbel zegt dat degene die de juiste leer heeft, zowel de Vader en de Zoon heeft, en dat degenen die de Vader of de Zoon niet heeft, de geest heeft van de antichrist (2 Joh. 9:1 Joh. 2:22).

2 Johannes 9 "Ieder die overtreedt en niet blijft in de leer van Christus, die heeft God niet; wie in de leer van Christus blijft, die heeft zowel de Vader als de Zoon."

1 Johannes 2:22-23 "Wie is de leugenaar anders dan hij die loochent dat Jezus de Christus is? Dat is de antichrist, die de Vader en de Zoon loochent. Ieder die de Zoon loochent, heeft ook de Vader niet."

• In de doop heeft Jezus ons specifiek geboden dat wij gedoopt moeten worden in de drievoudige naam van de Vader, Zoon en Heilige Geest (Matth. 28: 19), de Zoon wordt geïdentificeerd als de Heere Jezus Christus.

Mattheüs 28:19 "Ga dan heen, onderwijs al de volken, hen dopend in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest, hun lerend alles wat Ik u geboden heb, in acht te nemen."

DE WAARHEID MET BETREKKING TOT CHRISTUS

• De bijbel leert ons dat Jezus Christus als God bestond en gelijk was aan God vanaf alle eeuwigheid (Joh.1:1) en dat, toen Hij als een Mens naar de aarde kwam, Hij vrijwillig gekozen heeft om geen gebruik te maken van sommige van de bevoegdheden die hij had als God. Dit is wat bedoeld wordt met de uitdrukking, " Zichzelf ontledigd heeft" (Filippenzen 2:6-7).

Johannes 1:1 "In het begin was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God."

Filippenzen 2:6-7 "Die, hoewel Hij in de gestalte van God was, het niet als roof beschouwd heeft aan God gelijk te zijn, maar Zichzelf ontledigd heeft door de gestalte van een slaaf aan te nemen en aan de mensen gelijk te worden."

• Laten wij een paar voorbeelden bekijken die dit onderbouwen: God kan niet door het kwaad worden verleid (Jakobus 1:13). Maar Jezus stond zichzelf toe om verleid te worden. (Matth. 4:1-10). God weet alles, maar Jezus zei, toen Hij was op aarde, dat Hij niet de tijd nog het uur van zijn eigen tweede komst wist (Matth. 24:36). Ook moest Hij in de buurt van een vijgenboom komen om te zien of er vruchten aan zaten (Mt. 21:19). Als Hij Zijn macht als God had gebruikt dan zou Hij uit de verte hebben geweten dat de boom geen vruchten had! Gods wijsheid is onveranderlijk en eeuwig. Toch staat er tweemaal dat onze Heere Jezus als kind "in wijsheid groeide" (Luk. 2:40 en 52).

Jakobus 1:13 "Laat niemand zeggen, als hij verzocht wordt: Ik word door God verzocht. God immers kan niet verzocht worden met het kwade en Hijzelf verzoekt niemand."

Mattheüs 4:1-10 "Toen werd Jezus door de Geest weggeleid naar de woestijn om verzocht te worden door de duivel. …e.v."

Mattheüs 24:36 "Maar die dag en dat uur is aan niemand bekend, ook aan de engelen in de hemel niet, maar alleen aan Mijn Vader."

Mattheüs 21:19 "En toen Hij een vijgenboom langs de weg zag, ging Hij ernaartoe en vond er niets aan dan alleen bladeren. Hij zei tegen hem: Laat er aan u geen vrucht meer groeien in eeuwigheid! En de vijgenboom verdorde onmiddellijk."

Lukas 2:40 en 52 "40 En het Kind groeide op en Het werd gesterkt in de geest en vervuld met wijsheid, en de genade van God was op Hem. ……. 52 En Jezus nam toe in wijsheid en in grootte en in genade bij God en de mensen."

Al deze Bijbelsteksten laten zien dat Jezus zich ontdeed van veel Goddelijke macht toen Hij naar de aarde kwam.

Maar hoewel Jezus Zichzelf van deze bevoegdheden had leeggemaakt toen Hij naar de aarde kwam, was Hij in Zijn Persoon nog steeds God. Uiteraard is het onmogelijk voor God om ooit op te houden God te zijn, zelfs als Hij dat zou willen. Een koning kan gaan wonen in een sloppenwijk, zijn rechten als koning opgevend, maar hij blijft nog steeds de koning. Zo ook met Jezus.

• Het duidelijkste bewijs van de goddelijkheid van Jezus toen hij op aarde was kunnen wij vinden in de 7 gebeurtenissen waarin Hij aanbidding van anderen accepteerde (Matth. 8:2; 9:18; 14:33; 15:25; 20:20; Markus 5:6; Joh.9:38). Engelen en godvrezende mensen accepteren geen aanbidding (Hand. 10:25-26; Op. 22:8-9). Maar Jezus accepteerde het, omdat Hij de Zoon van God was. De Vader heeft aan Petrus geopenbaard dat Jezus de Zoon van God is, zelfs toen Hij op aarde was (Matth. 16:16-17).

Mattheüs 8:2; "En zie, er kwam een melaatse. Die knielde voor Hem neer en zei: Heere, als U wilt, kunt U mij reinigen."

Mattheüs 9:18; "Toen Hij deze dingen tot hen sprak, zie, er kwam een leidinggevende, die Hem aanbad en zei: Mijn dochter is zojuist gestorven, maar kom, leg Uw hand op haar en zij zal leven."

Mattheüs 14:33; "Zij die in het schip waren, kwamen Hem aanbidden en zeiden: Werkelijk, U bent de Zoon van God!"

Mattheüs 15:25; "Maar zij kwam dichterbij, knielde voor Hem neer en zei: Heere, help mij!"

Mattheüs 20:20; "Toen kwam de moeder van de zonen van Zebedeüs met haar zonen naar Hem toe. Zij knielde voor Hem neer om Hem iets te vragen."

Markus 5:6-7; "Toen hij nu Jezus uit de verte zag, snelde hij naar Hem toe en aanbad Hem en met luide stem schreeuwde hij: Wat heb ik met U te maken, Jezus, Zoon van God de Allerhoogste? Ik bezweer U bij God dat U mij niet pijnigt!"

Johannes 9:38; "En hij zei: Ik geloof, Heere! En hij aanbad Hem."

Handelingen 10:25-26; "En het gebeurde, toen Petrus naar binnen ging, dat Cornelius hem tegemoetkwam, aan zijn voeten viel en hem aanbad. Maar Petrus richtte hem op en zei: Sta op, ik ben zelf ook maar een mens."

Openbaring 22:8-9; "En ik, Johannes, ben het die deze dingen gezien en gehoord heb. En toen ik ze gehoord en gezien had, viel ik neer om te aanbidden voor de voeten van de engel die mij deze dingen liet zien. En hij zei tegen mij: Pas op dat u dat niet doet! Want ik ben een mededienstknecht van u en van uw broeders, de profeten, en van hen die de woorden van dit boek in acht nemen. Aanbid God."

Mattheüs 16:16-17; "Simon Petrus antwoordde en zei: U bent de Christus, de Zoon van de levende God. En Jezus antwoordde en zei tegen hem: Zalig bent u, Simon Barjona, want vlees en bloed hebben u dat niet geopenbaard, maar Mijn Vader, Die in de hemelen is."

• Met betrekking tot de menselijkheid van Jezus is Hebreeën 2:17 zeer duidelijk wanneer er staat dat Jezus "in alles aan Zijn broeders gelijk [moest] worden,". Hij was NIET gemaakt zoals de kinderen van Adam, anders zou Hij een "oude mens" hebben gehad net als de rest van de mensheid. ("oude mens" is de Bijbelse uitdrukking waarvoor velen helaas de on-Bijbelse uitdrukking "zondige natuur" gebruiken).

Hebreeën 2:17; "Daarom moest Hij in alles aan Zijn broeders gelijk worden, opdat Hij een barmhartig en een getrouw Hogepriester zou zijn in de dingen die God betreffen, om de zonden van het volk te verzoenen."

• Jezus had geen zondige natuur, want hij had geen menselijke vader. Jezus werd geboren uit de Heilige Geest, en was vanaf de conceptie heilig (Lukas 1:35).

Lukas 1:35; "En de engel antwoordde en zei tegen haar: De Heilige Geest zal over u komen en de kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen. Daarom ook zal het Heilige Dat uit u geboren zal worden, Gods Zoon genoemd worden."

• Degenen die de wil van God doen zijn de geestelijke broeders en zusters van Jezus (Matth. 12:49, 50) - die zijn geboren uit de Geest (Johannes 3:5) en die de oude mens hebben afgelegd (afstand van genomen) en de nieuwe mens hebben aangedaan (Efeziërs 4:22-24). Maar wij, de broeders van Jezus hebben onze eigen wil en Jezus was aan ons gelijk in alle dingen als wij "in alle dingen". Hij had ook een eigen wil die Hij echter niet navolgde (Joh. 6:38).

Mattheüs 12:49-50; "En Hij strekte Zijn hand uit over Zijn discipelen en zei: Zie, Mijn moeder en Mijn broeders. Want wie de wil van Mijn Vader doet, Die in de hemelen is, die is Mijn broeder en zuster en moeder."

Johannes 3:5; "Jezus antwoordde: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Als iemand niet geboren wordt uit water en Geest, kan hij het Koninkrijk van God niet binnengaan."

Efeziërs 4:22-24; "…namelijk dat u, wat betreft de vroegere levenswandel, de oude mens aflegt, die te gronde gaat door de misleidende begeerten, en dat u vernieuwd wordt in de geest van uw denken, en u bekleedt met de nieuwe mens, die overeenkomstig het beeld van God geschapen is, in ware rechtvaardigheid en heiligheid."

Johannes 6:38; "Want Ik ben uit de hemel neergedaald, niet opdat Ik Mijn wil zou doen, maar de wil van Hem Die Mij gezonden heeft."

• Toen we werden geboren, als "kinderen van Adam", zijn we allemaal geboren met een zogenaamde "oude mens". De oude mens kan worden vergeleken met een ontrouwe dienaar die de deur van ons hart naar de verlangens van het vlees opent (dat kan worden vergeleken met een bende rovers) die willen inbreken. Wanneer we wedergeboren zijn, is deze oude mens gedood door God (Romeinen 6:6). Maar we hebben nog steeds het vlees waardoor wij verleid worden (Jakobus 1:14-15). De oude mens is nu vervangen door een nieuwe mens die de verlangens van het vlees weerstaat en de deur van het hart probeert dicht te houden tegen deze 'roversbende'.

Romeinen 6:6; "Dit weten wij toch, dat onze oude mens met Hem gekruisigd is, opdat het lichaam van de zonde tenietgedaan zou worden en wij niet meer als slaaf de zonde zouden dienen."

Jakobus 1:14-15; "Maar ieder mens wordt verzocht, als hij door zijn eigen begeerte wordt meegesleurd en verlokt. Daarna, wanneer de begeerte bevrucht is, baart ze zonde, en wanneer de zonde volgroeid is, baart ze de dood."

• Jezus is in alle punten verzocht net als wij, en overwon (Hebreeën 4:15). Hij kwam niet in het "zondige vlees", maar alleen "in een gedaante gelijk aan het zondige vlees" (Romeinen 8:3). Wij hebben vele jaren in zonde geleefd. De zondige gewoonten die we door jaren heen hebben opgebouwd zijn de aanleiding voor ons om te zondigen, onbewust, zelfs nadat we wedergeboren zijn.

Hebreeën 4:15; "Want wij hebben geen Hogepriester Die geen medelijden kan hebben met onze zwakheden, maar Een Die in alles op dezelfde wijze als wij is verzocht, maar zonder zonde."

Romeinen 8:3; "Want wat voor de wet onmogelijk was, krachteloos als zij was door het vlees, dat heeft God gedaan: Hij heeft Zijn eigen Zoon gezonden in een gedaante gelijk aan het zondige vlees en dat omwille van de zonde, en de zonde veroordeeld in het vlees..,"

Bijvoorbeeld, bij degenen die in het verleden veel vloekwoorden hebben gebruikt kunnen dergelijke woorden, zonder bewuste keuze, zo uit hun mond komen wanneer zij onder druk komen te staan; Het tegenovergestelde is ook waar, dat degenen die nooit vloekwoorden in hun onbekeerde leven gebruikten, bij zichzelf zullen herkennen dat zij ook onbewust deze woorden niet gebruiken. Dit geldt ook voor degenen die veel pornografie hebben gelezen of gezien, zij hebben hier een groter probleem mee.

• Jezus heeft nooit gezondigd en Hij had geen enkele onbewuste zonde in Zijn leven. Wanneer Hij zelfs een keer onbewust zou hebben gezondigd, dan zou Hij een offer moeten hebben gebracht voor die zonde (zoals we kunnen in Leviticus lezen 4:27-28). Vervolgens had Hij nooit het volmaakte offer voor onze zonden kunnen zijn. Hij heeft nooit gezondigd- bewust noch onbewust.

Leviticus 4:27-28; "Als één persoon uit de bevolking van het land zonder opzet gezondigd heeft omdat hij iets gedaan heeft tegen een van de geboden van de HEERE, iets wat niet gedaan mag worden, zodat hij schuldig is geworden, of als zijn zonde die hij begaan heeft, hem later bekendgemaakt wordt, dan moet hij zijn offergave brengen: een geit, een vrouwtje zonder enig gebrek, voor zijn zonde, die hij begaan heeft.

De leer omtrent de persoon van Jezus is een punt van geschil in de hele gemeentegeschiedenis en tot veel onzinnige leerstellingen geleid. Sommige hebben de goddelijkheid teveel benadrukt tot het punt waarbij ze Hem niet zien als een Man die verleidt is geweest net als wij. Anderen hebben Zijn menselijkheid zo benadrukt tot een punt waar Zijn godheid teniet wordt gedaan.

• Onze enige vrijwaring tegen deze uitersten in leerstellingen is om te blijven vasthouden aan de hele openbaring van God in de Bijbel en te stoppen daar waar deze openbaring stopt, anders gaan wij "te ver" (2 Joh.7-9).

2 Johannes 7-9; "Want er zijn veel misleiders in de wereld gekomen, die niet belijden dat Jezus Christus in het vlees gekomen is. Dat is de misleider en de antichrist. Let op uzelf, opdat wij niet verliezen waarvoor wij gewerkt hebben, maar een vol loon mogen ontvangen. Ieder die overtreedt en niet blijft in de leer van Christus, die heeft God niet; wie in de leer van Christus blijft, die heeft zowel de Vader als de Zoon."

Jezus' komst naar de aarde als een Mens is een mysterie. Het is dwaas voor ons om te proberen om deze waarheid verder te analyseren dan wat de Bijbel ons verteld.

• Jezus zei dat Hij naar de aarde gekomen is om te weigeren zijn eigen wil te doen en Zijn Vaders wil zal (Joh. 6:38). Dit laat ons zien dat Jezus een menselijke wil had die tegengesteld was aan die van Zijn Vader, (Matth.26:39) anders had Hij Zich die wil niet hoeven ontzeggen.

Johannes 6:38; "Want Ik ben uit de hemel neergedaald, niet opdat Ik Mijn wil zou doen, maar de wil van Hem Die Mij gezonden heeft."

Mattheüs 26:39; "En nadat Hij iets verder gegaan was, wierp Hij Zich met het gezicht ter aarde en bad: Mijn Vader, als het mogelijk is, laat deze drinkbeker aan Mij voorbijgaan. Maar niet zoals Ik wil, maar zoals U wilt."

• Jezus is op alle punten van verleiding verleid geweest precies zoals wij (Hebreeën 4:15). Maar omdat hij in zijn geest nooit instemde, en op geen van deze verleidingen in te gaan, heeft Hij nooit gezondigd (Jakobus 1:15). Met elke verleiding waarmee wij ooit kunnen worden geconfronteerd is de Here Jezus geconfronteerd geweest maar heeft deze overwonnen in Zijn aardse leven.

Hebreeën 4:15; Want wij hebben geen Hogepriester Die geen medelijden kan hebben met onze zwakheden, maar Een Die in alles op dezelfde wijze als wij is verzocht, maar zonder zonde.

Jakobus 1:15; Daarna, wanneer de begeerte bevrucht is, baart ze zonde, en wanneer de zonde volgroeid is, baart ze de dood.

• We weten allemaal hoe moeilijk het is om zelfs één dag te leven zonder te zondigen! Dus mogen wij vaststellen dat het grootste wonder dat Jezus deed was om, in meer dan 33 jaar, te leven zonder te zondigen - hoewel Hij dagelijks op elk punt werd verleid precies zoals wij. Hij verzette Zich tegen zonde tot in de dood, en hij ontving genade van de Vader vanaf Zijn geboorte (Luk 2:40) tot aan Zijn dood (Hebr.2:9), omdat Hij hier naar zocht onder luid geween en tranen (Hebreeën 5:7 en 12:3-4).

Lukas 2:40; "En het Kind groeide op en Het werd gesterkt in de geest en vervuld met wijsheid, en de genade van God was op Hem.

Hebreeën 5:7; "In de dagen dat Hij op aarde was, heeft Hij met luid geroep en onder tranen gebeden en smeekbeden geofferd aan Hem Die Hem uit de dood kon verlossen. En Hij is uit de angst verhoord."

Hebreeën 12:3-4; "Want let toch scherp op Hem Die zo'n tegenspraak van de zondaars tegen Zich heeft verdragen, opdat u niet verzwakt en bezwijkt in uw zielen. U hebt nog niet tot bloedens toe weerstand geboden in uw strijd tegen de zonde."

• Jezus nu, als onze voorloper, roept ons om Zijn voorbeeld te volgen door elke dag ons kruis op ons te nemen en ons ik ter dood te brengen (Lukas 9:23).

Lukas 9:23; "Hij zei tegen allen: Als iemand achter Mij wil komen, moet hij zichzelf verloochenen, zijn kruis dagelijks opnemen en Mij volgen."

We vervallen in zonde omdat we niet serieus genoeg zijn om de verleidingen te weerstaan, en omdat wij de Vader niet vragen om Zijn genade om de zonde te kunnen overwinnen. Vandaag worden wij niet gevraagd om Jezus te volgen in de externe aspecten van zijn leven - een timmerman of advocaat - noch in zijn bediening - het lopen op het water of het opwekken van doden - maar in trouw worden zoals Hij, door de zonde te overwinnen.

• De Heilige geest overtuigd ons om twee getuigenissen te geven over Jezus Christus -één, dat hij HEERE is, en de tweede, dat Hij kwam in de gedaante van een mens (1 Kor. 12:3; 1 Joh. 4:2-3). Beide getuigenissen zijn even belangrijk, maar de laatste zelfs meer zo dan de eerste omdat ons wordt verteld dat, om de geest van de antichrist te kunnen onderscheiden, wij moeten belijden dat Jezus in het vlees (2 Joh. 7) gekomen is.

1 Corinthiërs 12:3; "Daarom maak ik u bekend dat niemand die door de Geest van God spreekt, zegt: Jezus is een vervloekte. Ook kan niemand zeggen: Jezus is Heere, dan door de Heilige Geest."

1 Johannes 4:2-3; "Hieraan leert u de Geest van God kennen: elke geest die belijdt dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, is uit God; en elke geest die niet belijdt dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, is niet uit God; maar dat is de geest van de antichrist, waarvan u gehoord hebt dat hij komt, en die nu al in de wereld is."

2 Johannes 7; "Want er zijn veel misleiders in de wereld gekomen, die niet belijden dat Jezus Christus in het vlees gekomen is. Dat is de misleider en de antichrist."

• Vandaag is de Mens Christus Jezus (1 Tim. 2:5) de "Eerste geboren onder vele broeders" (onze oudere broer), en Zijn Vader is ook onze Vader (Rom. 8:29; Johannes 20:17; Efeziërs 1:3; Hebreeën 2:11).

1 Timotheüs 2:5; "Want er is één God. Er is ook één Middelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus."

Romeinen 8:29; "Want hen die Hij van tevoren gekend heeft, heeft Hij er ook van tevoren toe bestemd om aan het beeld van Zijn Zoon gelijkvormig te zijn, opdat Hij de Eerstgeborene zou zijn onder vele broeders."

Johannes 20:17; "Jezus zei tegen haar: Houd Mij niet vast, want Ik ben nog niet opgevaren naar Mijn Vader, maar ga naar Mijn broeders en zeg tegen hen: Ik vaar op naar Mijn Vader en uw Vader, en naar Mijn God en uw God."

Efeziërs 1:3; "Gezegend zij de God en Vader van onze Heere Jezus Christus, Die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegen in de hemelse gewesten in Christus,.."

Hebreeën 2:11-12; "Immers, zowel Hij Die heiligt als zij die geheiligd worden, zijn allen uit één. Daarom schaamt Hij Zich er niet voor hen broeders te noemen, want Hij zegt: Ik zal Uw Naam aan Mijn broeders verkondigen; te midden van de gemeente zal Ik U lofzingen."

• Jezus is niet opgehouden God te zijn toen Hij naar de aarde kwam (Joh.10:33). Hij is ook niet opgehouden Mens te zijn toen Hij terugging naar de hemel (1 Tim.2:5).

Johannes 10:33; "De Joden antwoordden Hem: Wij stenigen U niet vanwege een goed werk, maar vanwege godslastering, namelijk omdat U, Die een Mens bent, Uzelf God maakt."

1 Timotheüs 2:5; "Want er is één God. Er is ook één Middelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus."

DE WAARHEID OVER REDDING

• Het woord van God spreekt van "verlossing" in drie tijdsvormen - verleden tijd (Efeziërs 2:8), tegenwoordige tijd (Filippenzen 2:12) en toekomstige tijd (Romeinen 13:11) - of met andere woorden van: rechtvaardiging, heiliging en verheerlijking.

Efeziërs 2:8; "Want uit genade bent u zalig geworden, door het geloof, en dat niet uit u, het is de gave van God;…"

Filippenzen 2:12; "Daarom, mijn geliefden, zoals u altijd gehoorzaam geweest bent, niet alleen zoals in mijn aanwezigheid, maar nu veelmeer in mijn afwezigheid, werk aan uw eigen zaligheid met vrees en beven,…"

Romeinen 13:11; "En dit te meer, omdat wij het beslissende tijdstip kennen, namelijk dat de tijd reeds is aangebroken dat wij uit de slaap ontwaken. Want nu is de zaligheid dichter bij ons dan toen wij tot geloof kwamen".

Verlossing heeft een fundament en een opbouw. Het fundament is vergeving van zonden en rechtvaardiging door geloof.

• Rechtvaardiging is het fundament van onze verlossing en is; "de daad van God die de mensen vrij van schuld verklaart en voor Hem aanvaardbaar maakt", en meer dan de vergeving van onze zonden alleen. Het betekent ook dat we rechtvaardig zijn in Gods ogen, vrij van schuld op basis van Christus Zijn dood, opstanding en Hemelvaart. Dit is niet op basis van onze werken (Efeziërs 2:8-9), want zelfs onze rechtvaardige daden zijn als vuile vodden in Gods ogen (Jes. 64:6). Wij zijn bekleed met de gerechtigheid van Christus (Galaten 3:27). Bekering en geloof zijn de voorwaarden om te worden vergeven en gerechtvaardigd (Handelingen 20:21).

Efeziërs 2:8-9; "Want uit genade bent u zalig geworden, door het geloof, en dat niet uit u, het is de gave van God; niet uit werken, opdat niemand zou roemen."

Jesaja 64:6; "Echter, wij zijn allen als een onreine, al onze rechtvaardige daden zijn als een bezoedeld kleed wij allen vallen af als een blad en onze misdaden voeren ons weg als de wind."

Galaten 3:27; "Want u allen die in Christus gedoopt bent, hebt zich met Christus bekleed."

Handelingen 20:21; "…en ik heb zowel tegenover Joden als Grieken getuigd van de bekering tot God en het geloof in onze Heere Jezus Christus."

• Ware bekering moet bij ons vruchten van herstel opleveren zoals bijv. geld teruggeven, ontdoken belastinggeld terugbetalen, ten onrechte in ons bezit zijnde spullen van anderen teruggeven, mijn verontschuldigingen aanbieden, voor zover mogelijk vergeving vragen aan degenen die wij onrecht hebben aangedaan, maar ook anderen vergeven die ons iets hebben aangedaan (Luk. 19:8, 9). Wanneer God ons vergeeft, moeten wij ook dat we anderen op dezelfde manier vergeven. Wanneer wij niet doen kan God ook ons niet vergeven (Matth. 18:23-35).

Lukas 19:8-9; "Zacheüs nu ging staan en zei tegen de Heere: Zie, de helft van mijn goederen, Heere, geef ik aan de armen, en als ik van iemand iets heb afgeperst, geef ik dat vierdubbel terug."

Mattheüs 18:23-35; "…..33 Had ook u geen medelijden moeten hebben met uw medeslaaf, zoals ik ook medelijden met u had? En zijn heer, boos als hij was, gaf hem aan de pijnigers over, totdat hij alles wat hij hem schuldig was, betaald zou hebben. Zo zal ook Mijn hemelse Vader met u doen, als niet ieder van u van harte de misdaden van zijn broeder vergeeft."

• Bekering en geloof moeten worden gevolgd door de doop door onderdompeling in water, waarbij wij publiekelijk aan God, aan mensen en demonen getuigen (Romeinen 6:4-6) dat onze oude mens is begraven.

Romeinen 6:4-6; "Wij zijn dan met Hem begraven door de doop in de dood, opdat evenals Christus uit de doden is opgewekt tot de heerlijkheid van de Vader, zo ook wij in een nieuw leven zouden wandelen. Want als wij met Hem één plant zijn geworden, gelijkgemaakt aan Hem in Zijn dood, dan zullen wij ook aan Hem gelijk zijn in Zijn opstanding. Dit weten wij toch, dat onze oude mens met Hem gekruisigd is, opdat het lichaam van de zonde tenietgedaan zou worden en wij niet meer als slaaf de zonde zouden dienen."

• Vervolgens kunnen wij vragen (bidden) om de doop in de Heilige Geest, waardoor wij kracht ontvangen om getuigen te worden van Jezus Christus, door ons leven en onze woorden (Hand. 1:8). De doop (vervulling) met de Heilige Geest is een belofte die gezocht moet worden voor, (Luk.11:13) en ontvangen kan worden door geloof, door alle kinderen van God (Matth. 3:11).

Handelingen 1:8; "…maar u zult de kracht van de Heilige Geest ontvangen, Die over u komen zal; en u zult Mijn getuigen zijn, zowel in Jeruzalem als in heel Judea en Samaria en tot aan het uiterste van de aarde."

Lukas 11:13; "Als u die slecht bent, uw kinderen dus goede gaven weet te geven, hoeveel te meer zal de hemelse Vader de Heilige Geest geven aan hen die tot Hem bidden?"

Mattheüs 3:11; "Ik doop u wel met water tot bekering, maar Hij Die na mij komt, is sterker dan ik; ik ben het niet waard Hem Zijn sandalen na te dragen. Hij zal u dopen met de Heilige Geest en met vuur."

• Het is het voorrecht van iedere discipel van Christus om het getuigenis van de Geest in zijn hart te hebben dat hij inderdaad een kind van God is (Rom. 8:16) en ook zeker te weten dat hij is vervuld met de Heilige Geest (Eph.5:18).

Romeinen 8:16; "De Geest Zelf getuigt met onze geest dat wij kinderen van God zijn."

Efeziërs 5:18; "En word niet dronken van wijn, waarin losbandigheid is, maar word vervuld met de Geest…"

• Heiliging is de bovenbouw van het gebouw. Heiliging (betekenis "apart gezet" van zonde en de wereld) is een proces dat met de wedergeboorte begint (1 Cor. 1:2) en dat moet doorgaan gedurende onze hele aardse leven (1 Tess. 5:23-24). Dit is een werk dat God in ons initieert door de Heilige Geest door het schrijven van zijn wetten in onze hart en gedachten (Hebr. 8:10); maar we moeten ook ons deel doen, door onze redding uit te werken in vrees en beven (ontzag voor God) (Filippenzen 2:12, 13). Wij zijn het die de daden van het vlees ter dood brengen (stoppen) door middel van de kracht die de Heilige Geest ons geeft (Rom. 8:13). Wij hebben ons te reinigen van alle onreinheid van het vlees en de geest, en onze te heiligen in de vreze Gods (2 Kor. 7:1).

1 Corinthiërs 1:2; "..aan de gemeente van God die in Korinthe is, aan de geheiligden in Christus Jezus, geroepen heiligen, met allen die de naam van onze Heere Jezus Christus aanroepen, in elke plaats, zowel hun als onze Heere:.."

1 Thessalonicenzen 5:23-24; "En moge de God van de vrede Zelf u geheel en al heiligen, en mogen uw geheel oprechte geest, de ziel en het lichaam onberispelijk bewaard worden bij de komst van onze Heere Jezus Christus. Hij Die u roept, is getrouw: Hij zal het ook doen."

Hebreeën 8:10; "Want dit is het verbond dat Ik met het huis van Israël sluiten zal na die dagen, zegt de Heere: Ik zal Mijn wetten in hun verstand geven en Ik zal die in hun hart schrijven. Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn."

Filippenzen 2:12-13; "Daarom, mijn geliefden, zoals u altijd gehoorzaam geweest bent, niet alleen zoals in mijn aanwezigheid, maar nu veelmeer in mijn afwezigheid, werk aan uw eigen zaligheid met vrees en beven, want het is God, Die in u werkt zowel het willen als het werken, naar Zijn welbehagen."

Romeinen 8:13; "Want als u naar het vlees leeft, zult u sterven. Als u echter door de Geest de daden van het lichaam doodt, zult u leven."

2 Corinthiërs 7:1; "Omdat wij dan deze beloften hebben, geliefden, laten wij onszelf reinigen van alle bezoedeling van vlees en geest, en de heiliging volbrengen in het vrezen van God."

Wanneer een discipel radicaal, vol van hart en overtuiging is, in samenwerking met de Heilige Geest, zal de voortgang van het werk van reiniging in zijn leven snel zijn. Uiteraard zal de werking trager zijn of zelfs stagneren in het leven van iemand waarvan reactie op oproep van de Geest traag is.

Het is in tijden van verleiding dat de gesteldheid van het hart in het verlangend naar heiliging echt op de proef wordt gesteld.

• Om te worden geheiligd is het noodzakelijk dat de gerechtigheid van de wet vervuld wordt in ons hart - en niet alleen van buiten zoals onder het oude verbond (Rom. 8:4). Dit was wat Jezus benadrukt Matth. 5:17-48.

Romeinen 8:4; "…opdat de rechtvaardige eis van de wet vervuld zou worden in ons, die niet naar het vlees wandelen, maar naar de Geest."

Mattheüs 5:17-19; "Denk niet dat Ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen; Ik ben niet gekomen om die af te schaffen, maar te vervullen. Want, voorwaar, Ik zeg u: Totdat de hemel en de aarde voorbijgaan, zal er niet één jota of één tittel van de Wet voorbijgaan, totdat het alles geschied is. Wie dan een van deze geringste geboden afschaft en de mensen zo onderwijst, zal de geringste genoemd worden in het Koninkrijk der hemelen; maar wie ze doet en onderwijst, die zal groot genoemd worden in het Koninkrijk der hemelen…"

• De eisen van de wet werden door Jezus samengevat als: God lief te hebben met heel ons hart, heel onze ziel en heel ons verstand en de naaste als onszelf. (Matth. 22:36-40).

Mattheüs 22:37-40; "Jezus zei tegen hem: U zult de Heere, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dit is het eerste en het grote gebod. En het tweede, hieraan gelijk, is: U zult uw naaste liefhebben als uzelf. Aan deze twee geboden hangt heel de Wet, en de Profeten."

• Het is deze wet van de liefde die God nu probeert in ons hart te schrijven, want dat is Zijn eigen aard (2 Petr. 1:4). De uiterlijke manifestatie hiervan is een leven van overwinning op alle bewuste zonden en gehoorzaamheid aan alle geboden van Jezus (Johannes 14:15).

2 Petrus 1:4; "Daardoor heeft Hij ons de grootste en kostbare beloften geschonken, opdat u daardoor deel zou krijgen aan de Goddelijke natuur, nadat u het verderf, dat er door de begeerte in de wereld is, ontvlucht bent."

Johannes 14:15; "Als u Mij liefhebt, neem dan Mijn geboden in acht."

• Het is onmogelijk om dit leven binnen te gaan zonder eerste te voldoen aan de voorwaarden van discipelschap zoals Jezus die gesteld heeft (Luk. 14:26-33). Dit is in principe door de HEER de eerste plaats te geven in ons leven, voor onze familieleden en ons eigen ik, en ons los te maken (niet aan vast zitten) van al onze materiële rijkdom en bezittingen.

Lukas 14:26-33; "26 Als iemand tot Mij komt en niet haat zijn eigen vader en moeder en vrouw en kinderen en broers en zusters, ja, ook zelfs zijn eigen leven, die kan Mijn discipel niet zijn……33 Zo kan dan ieder van u die niet alles wat hij heeft, achterlaat, geen discipel van Mij zijn."

• Dit is in de eerste plaats de nauwe poort waar wij door moeten gaan. Dan komt de smalle weg van reiniging (Matth. 7:14). Degenen die heiliging niet nastreven zullen de Heere niet zien (Hebr. 12:14).

Mattheüs 7:14; "...maar de poort is nauw en de weg is smal die naar het leven leidt..."

Hebreeën 12:14; Jaag de vrede na met allen, en de heiliging, zonder welke niemand de Heere zal zien.

• Hoewel het mogelijk is om hier en nu perfect te zijn in ons geweten, (Hebreeën 7:19; 9:9-14), het is niet mogelijk om perfect en zonder zonde te leven totdat wij een verheerlijkt lichaam hebben gekregen bij de wederkomst van Jezus (1 Johannes 3:2). Alleen dan kunnen wij zijn als Hem. Maar we moeten NU proberen te wandelen zoals Hij gewandeld heeft (1 Johannes 2:6).

Hebreeën 7:19; "De wet heeft namelijk niets tot volmaaktheid gebracht, maar de totstandbrenging van een betere hoop, waardoor wij tot God naderen, doet dat wel."

Hebreeën 9:11; "Maar toen is Christus verschenen, de Hogepriester van de toekomstige heils goederen. Hij is door de meerdere en meer volmaakte tabernakel gegaan, die niet met handen is gemaakt, dat is: die niet van deze schepping is."

1 Johannes 3:2; "Geliefden, nu zijn wij kinderen van God, en het is nog niet geopenbaard wat wij zullen zijn. Maar wij weten dat, als Hij geopenbaard zal worden, wij Hem gelijk zullen zijn; want wij zullen Hem zien zoals Hij is."

• Zolang we dit aan bederf onderhevige lichaam hebben, zal er onbewuste zonde in ons worden gevonden. Van veel van deze onbewuste zonden kunnen wij bevrijd worden (1 Joh.1:8). Wij kunnen volmaakt zijn in ons geweten (Hand. 24:16) en vrij worden van de bewuste zonde (1 Jn.2:1a), zelfs nu, als wij dit hartgrondig verlangen en willen (1 Cor. 4:4).

1 Johannes 1:8; "Als wij zeggen dat wij geen zonde hebben, misleiden wij onszelf en is de waarheid niet in ons."

Handelingen 24:16; "En daarom oefen ik mijzelf om altijd een zuiver geweten te hebben voor God en de mensen."

1 Johannes 2:1a; "Mijn lieve kinderen, ik schrijf u deze dingen, opdat u niet zondigt." ( Lees als context ook 1 Joh. 1:9-10 voorafgaand)

1 Corinthiërs 4:4; "Want ik ben mij van niets bewust, maar daardoor ben ik nog niet gerechtvaardigd. Wie mij echter beoordeelt, is de Heere."

Wij wachten dus op de tweede komst van Christus en onze verheerlijking - het laatste deel van onze redding, wanneer wij, zonder zonde, volmaakt zal worden (Rom. 8:23; Filip. 3:21).

Romeinen 8:23; "En dat niet alleen, maar ook wijzelf, die de eerstelingen van de Geest hebben, ook wij zelf zuchten in onszelf, in de verwachting van de aanneming tot kinderen, namelijk de verlossing van ons lichaam."

Filippenzen 3:21; "Die ons vernederd lichaam veranderen zal, zodat het gelijkvormig wordt aan Zijn verheerlijkt lichaam, overeenkomstig de werking waardoor Hij ook alle dingen aan Zichzelf kan onderwerpen."

DE WAARHEID MET BETREKKING TOT DE GEMEENTE

• De gemeente is het lichaam van Christus. Het heeft slechts één hoofd, namelijk Christus; en het heeft slechts één hoofdkwartier namelijk de derde hemel. In het lichaam van Christus, heeft ieder lid een taak (Efez. 4:16). Terwijl sommigen een meer belangrijke of meer zichtbare bediening hebben en anderen misschien een iets minder zichtbare, heeft elk lid iets waardevols om bij te dragen.

Efeziërs 4:16; "Van Hem uit wordt het hele lichaam samengevoegd en bijeengehouden door elke band die ondersteuning geeft, overeenkomstig de mate waarin ieder deel werkzaam is. Zo verkrijgt het lichaam zijn groei, tot opbouw van zichzelf in de liefde."

• Christus heeft aan zijn gemeente apostelen, profeten, evangelisten, herders en leraren gegeven om zijn lichaam op te bouwen (Efeziërs 4:11). Dit zijn bedieningen en geen titels. Apostelen zijn door God geroepen en gezonden om te plaatselijke gemeenten te stichten. Ze hebben de eerste plaats in de gemeente (1 Kor. 12:28) en zijn dus oudsten voor de oudsten van de gemeente binnen hun werkgebied (2 Kor.10:13). Profeten zijn zij die verborgen behoeften van Gods volk ontdekken en hen daarin onderwijzen. Evangelisten zijn degenen die de gave hebben om niet-christenen bij Christus te brengen. Zij moeten daarna deze pas bekeerden in de lokale gemeente onderdak geven, oftewel in het lichaam van Christus. Herders zijn zij die de zorg dragen voor en begeleiden van de jonge lammeren en de schapen. Leraren zijn zij die Gods Woord en de leerstellingen kunnen uitleggen. Deze vijf gaven zijn voor de gemeente wereldwijd van toepassing; en van hieruit zijn de herders en profeten de kracht van elke lokale gemeente. De andere drie gaven kunnen ambulant zijn (van buitenaf).

Efeziërs 4:11; "En Hij heeft sommigen gegeven als apostelen, anderen als profeten, weer anderen als evangelisten en nog weer anderen als herders en leraars…"

1 Corinthiërs 12:28; "God nu heeft sommigen in de gemeente een plaats gegeven: ten eerste apostelen, ten tweede profeten, ten derde leraars, vervolgens krachten, daarna genadegaven van genezingen, vormen van hulpverlening, bestuurlijke gaven, allerlei talen."

2 Corinthiërs 10:13; "Wij echter zullen niet onbegrensd roemen, maar overeenkomstig de grens van wat God ons toebedeeld heeft, om ook u te bereiken."

• De leiding van de lokale gemeente moet in de handen van oudsten zijn. Het nieuwe Testament leert duidelijk het woord "OUDSTEN', meervoud is (Tit.1:5; Handelingen 14:23), en impliceert dat er ten minste twee in elke gemeente moeten zijn. Een meervoud van oudsten is noodzakelijk voor een evenwicht in de leiding van de lokale gemeente, en ook voor het binden van de activiteiten, van o.a. satan, door de kracht van Gods aanwezigheid (Matth. 18:18-20). One-man leiderschap van een gemeente of gemeente is in tegenspraak tot de leer in het nieuwe Testament. Een van de oudsten mag evenwel de "boodschapper van de gemeente" zijn (Openb.2:1), wanneer hij is begiftigd met het Woord van gezag. Alle gelovigen in een lokale gemeente moeten zich in alle aangelegenheden, met betrekking tot deze gemeente, stellen onder het gezag van de oudsten van deze gemeente (Hebr.13:17; 1 Thess.5:12,13).

Titus 1:5; "Om die reden heb ik u op Kreta achtergelaten, opdat u verder in orde zou brengen wat nog ontbrak, en van stad tot stad ouderlingen zou aanstellen, zoals ik u opgedragen heb."

Handelingen 14:23; "En toen zij in elke gemeente door het opsteken van de handen voor hen ouderlingen gekozen hadden en onder vasten gebeden hadden, droegen zij hen op aan de Heere, in Wie zij nu geloofden."

Mattheüs 18:18-20; "Voorwaar, Ik zeg u: Alles wat u op de aarde bindt, zal in de hemel gebonden zijn; en alles wat u op de aarde ontbindt, zal in de hemel ontbonden zijn. Verder zeg Ik u dat, als twee van u op de aarde iets, wat dan ook, eenstemmig verlangen, het hun ten deel zal vallen van Mijn Vader, Die in de hemelen is. Want waar twee of drie in Mijn Naam bijeengekomen zijn, daar ben Ik in hun midden."

Openbaring 2:1; "Schrijf aan de engel [boodschapper of gezant] van de gemeente in..."

Hebreeën 13:17; "Gehoorzaam uw voorgangers {leiders} en wees hun onderdanig, want zij waken over uw zielen omdat zij rekenschap moeten afleggen, opdat zij dat mogen doen met vreugde en niet al zuchtend. Dat heeft immers voor u geen nut."

1 Thessalonicenzen 5:12-13; "En wij vragen u, broeders, hen te erkennen die onder u arbeiden, u leiding geven in de Heere en u terechtwijzen, en hen uitermate hoog te achten in liefde, om hun werk. Leef in vrede met elkaar."

• Jezus verbood zijn discipelen het hebben van titels (Matth. 23:7-12). Het is daarom tegen het woord van God om rabbi, vader, pastor, dominee of leider te worden genoemd. De titel van 'dominee' wordt in feite in de Bijbel alleen gebruikt voor God namelijk HEER (Ps. 111:9 KJV ארי yare' = Referend in het Engels en betekend: vrezen, opzien tegen, bang zijn, godvrezend en in NL van het Latijnse woord "dominus"wat heer betekent) Iedereen in de gemeente, groot of klein, is geroepen om gewoon een broeder en een dienaar van de ander te zijn.

Mattheüs 23:9-11; "Maar u mag zich geen rabbi laten noemen, want Eén is uw Meester, namelijk Christus; en u bent allen broeders. En u mag niemand op de aarde uw vader noemen, want Eén is uw Vader, namelijk Hij Die in de hemelen is. En u mag niet meesters genoemd worden, want Eén is uw Meester, namelijk Christus. Maar de belangrijkste van u zal uw dienaar zijn."

Psalm 111:9 (KJV) "He hath commanded His covenant for ever; holy and reverend is His name."

• De gemeente kan samenkomsten houden voor onderwijs (Handelingen 20:9-11), gebed (Hand. 12:5, 12), evangelisatie (Handelingen 2:14-40) en ook voor wederzijdse bemoediging (Hebr.3:13 - waar gelovigen die de gave hiervoor hebben elkaar (1 Kor. 14:26-40) kunnen bemoedigen. De gave van profetie moet door iedereen worden verlangd en die willen uitoefenen in de samenkomsten (1 Cor. 14:1, 39). De gave van tongen is voornamelijk bedoeld voor persoonlijke opbouw (1 Cor. 14:4, 18, 19). Als het wordt beoefend in de samenkomst van de gemeente, moet het altijd gevolgd worden door een uitleg (1 Cor. 14:27). De uitleg van een tong kan een openbaring, een woord van kennis, een profetie, een lering of een gebed tot God zijn (1 Cor.14:2-6). Alle gaven vermeld in 1 Kor. 12:8-10, 28 en Rom. 12:6-10 zijn nodig voor de opbouw van het lichaam van Christus in broederliefde en oog voor elkaar. Een gemeente die de gaven van de Heilige Geest veracht of negeert zal ze nooit krijgen en zal krachteloos zijn.

Handelingen 20:9-11; "En een zekere jongeman, van wie de naam Eutychus was, zat in het venster en werd door een diepe slaap overmand, doordat Paulus zo lang sprak. Hij viel, door de slaap overmand, van de derde verdieping naar beneden en werd dood opgetild."

Handelingen 12:5; "Petrus werd dus in de gevangenis bewaakt; maar door de gemeente werd voortdurend voor hem tot God gebeden."

Handelingen 12:12; "En toen dit tot hem doorgedrongen was, ging hij naar het huis van Maria, de moeder van Johannes, die ook Markus genoemd werd, waar velen bijeenwaren en baden."

Handelingen 2:14-40; "Maar Petrus, die daar met de elf andere apostelen stond, verhief zijn stem en sprak tot hen: Joodse mannen en u allen die in Jeruzalem woont, dit moet u bekend zijn en laat mijn woorden tot uw oren doordringen: e.v..."

Hebreeën 3:13; "maar vermaan elkaar elke dag, zolang men van een heden kan spreken, opdat niemand van u verhard zal worden door de verleiding van de zonde."

1 Corinthiërs 14:26-40; "Hoe is het dan, broeders? Telkens wanneer u samenkomt, heeft iedereen wel een psalm, of hij heeft een onderwijzing, of hij heeft een andere taal, of hij heeft een openbaring, of hij heeft een uitleg. Laat alles gebeuren tot opbouw…e.v…"

1 Corinthiërs 14:1; Jaag de liefde na en streef naar de geestelijke gaven, en vooral daarnaar dat u mag profeteren. 39; Daarom, broeders, streef ernaar om te profeteren, en verhinder het spreken in andere talen niet.

1 Corinthiërs 14:4; Wie echter profeteert, spreekt tot mensen woorden van opbouw en vermaning en troost. 18; Ik dank mijn God dat ik in meer andere talen spreek dan u allen. 19; In de gemeente echter wil ik liever vijf woorden spreken met mijn verstand, om ook anderen te onderwijzen, dan tienduizend woorden in een andere taal.

1 Corinthiërs 14:27; En als iemand in een andere taal spreekt, laat het dan door twee of hoogstens drie mensen gedaan worden, ieder op zijn beurt, en laat één het uitleggen.

1 Corinthiërs 14:2-6; "Wie namelijk in een andere taal spreekt, spreekt niet tot mensen, maar tot God, want niemand begrijpt het, maar in zijn geest spreekt hij geheimenissen. Wie echter profeteert, spreekt tot mensen woorden van opbouw en vermaning en troost. Wie in een andere taal spreekt, bouwt zichzelf op, maar wie profeteert, bouwt de gemeente op. En ik zou wel willen dat u allen in andere talen spreekt, maar vooral dat u profeteert. Immers, wie profeteert, is meer dan wie in andere talen spreekt, tenzij hij het uitlegt, opdat de gemeente erdoor opgebouwd wordt. En nu, broeders, als ik naar u toe zou komen en in andere talen zou spreken, wat voor voordeel zou ik u brengen, als ik ook niet tot u zou spreken óf door openbaring, óf door kennis, óf door profetie, óf door onderricht?"

1 Corinthiërs 12:8-10; "Want aan de één wordt door de Geest een woord van wijsheid gegeven en aan de ander een woord van kennis, door dezelfde Geest; en aan een ander geloof, door dezelfde Geest, en aan een ander genadegaven van genezingen, door dezelfde Geest; en aan een ander werkingen van krachten, en aan een ander profetie, en aan een ander het onderscheiden van geesten, en aan een ander allerlei talen, en aan een ander uitleg van talen. 28; God nu heeft sommigen in de gemeente een plaats gegeven: ten eerste apostelen, ten tweede profeten, ten derde leraars, vervolgens krachten, daarna genadegaven van genezingen, vormen van hulpverlening, bestuurlijke gaven, allerlei talen."

Romeinen 12:6-10; "En nu hebben wij genadegaven, onderscheiden naar de genade die ons is gegeven: hetzij profetie, naar de mate van het geloof; hetzij dienstbetoon, in het dienen; hetzij wie onderwijst, in het onderwijzen; hetzij wie bemoedigt, in het bemoedigen; wie uitdeelt, in oprechtheid; wie leiding geeft, met inzet; wie zich over anderen ontfermt, met blijmoedigheid. Laat de liefde ongeveinsd zijn. Heb een afkeer van het kwade en houd vast aan het goede. Heb elkaar hartelijk lief met broederlijke liefde. Ga elkaar voor in eerbetoon."

• Vrouwen is het toegestaan om in de samenkomsten te bidden en te profeteren met hun hoofd gesluierd. Maar het is hen niet toegestaan zeggenschap te hebben over mannen of om van mannen te onderwijzen (1Cor.11:5; 1Tim.2:12). De veiling op hoofd van een vrouw (onderwezen in 1 Cor. 11:1-16) is bedoeld om te symboliseren: (a) dat de glorie van de man bedekt moet worden in de gemeente gedekt in de kerk ("de vrouw is de heerlijkheid van de man" - v. 7). (b) dat de glorie van de vrouw moet ook worden gedekt in de kerk (een vrouw haar haarpracht is haar glorie v. 15). (c) dat zij onderdanig is aan de autoriteit van de man (v. 10) - echtgenoot, vader of oudste.

1Corinthiërs 11:5; "Iedere vrouw echter die bidt of profeteert met onbedekt hoofd, onteert haar eigen hoofd, want het is precies hetzelfde alsof zij kaalgeschoren is."

1Timotheus 2:12; "Want ik sta niet toe dat een vrouw onderwijs geeft, en ook niet dat zij de man overheerst, maar ik wil dat zij zich stil houdt."

1 Corinthiërs 11:1-16; "Wees navolgers van mij, zoals ik navolger van Christus ben. En ik prijs u, broeders, omdat u in alles aan mij denkt en aan de overleveringen vasthoudt, zoals ik die aan u heb overgeleverd. Maar ik wil dat u weet dat Christus het hoofd is van iedere man en de man het hoofd van de vrouw en God het hoofd van Christus. Iedere man die bidt of profeteert en iets op zijn hoofd heeft, onteert zijn hoofd. Iedere vrouw echter die bidt of profeteert met onbedekt hoofd, onteert haar eigen hoofd, want het is precies hetzelfde alsof zij kaalgeschoren is. Want als een vrouw het hoofd niet bedekt heeft, laat zij zich dan ook maar kaalknippen. Als het echter voor een vrouw schandelijk is kaalgeknipt of kaalgeschoren te zijn, laat zij dan het hoofd bedekken. Een man moet het hoofd namelijk niet bedekken, omdat hij het beeld en de heerlijkheid van God is. De vrouw is echter de heerlijkheid van de man. De man immers is niet uit de vrouw, maar de vrouw uit de man. Want ook is een man niet geschapen omwille van de vrouw, maar een vrouw omwille van de man. Daarom moet de vrouw een teken van gezag op het hoofd hebben, omwille van de engelen. Evenwel is de man niet zonder de vrouw, en de vrouw niet zonder de man, in de Heere. Want zoals de vrouw uit de man voortkomt, zo is ook de man er door de vrouw, maar alle dingen zijn uit God. Oordeel bij uzelf: is het gepast dat een vrouw met onbedekt hoofd tot God bidt? Of leert ook de natuur zelf u niet dat als een man lang haar draagt, het een oneer voor hem is? Maar als een vrouw lang haar draagt, is het voor haar een eer, omdat het lange haar als een bedekking aan haar gegeven is. Maar als iemand op twist uit lijkt te zijn, wij hebben een dergelijke gewoonte niet, en de gemeenten van God evenmin."

• Vrouwen moeten de zuiverheid van Christus laten zien in de manier waarop zij zich kleden- ze moeten zich bescheiden en discreet kleden (1 Tim 2:9).

1 Timotheüs 2:9; "Evenzo wil ik dat de vrouwen zich tooien met eerbare kleding, ingetogen en bezonnen, niet met het vlechten van het haar of met goud of parels of kostbare kleren..."

• De gemeente heeft ook een verantwoordelijkheid in het verkondigen van het goede nieuws met alle mogelijk middelen die hun ten dienste staan, aan allen die het kan bereiken, met het doel om in alle landen discipelen van Christus te maken (Markus 16:15 met Matth. 28:19). Evangelisatie zonder het maken van discipelen is niet de wil van God en is een belemmering voor de getuigenis van Christus op aarde. Wij kunnen hierbij beroep doen op de het feit dat Jezus hierbij met ons is.

Markus 16:15; "En Hij zei tegen hen: Ga heen in heel de wereld, predik het Evangelie aan alle schepselen."

Mattheüs 28:18-20; "En Jezus kwam naar hen toe, sprak met hen en zei: Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde. Ga dan heen, onderwijs al de volken, hen dopend in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest, hun lerend alles wat Ik u geboden heb, in acht te nemen. En zie, Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld. Amen. Ga dan heen, onderwijs al de volken, hen dopend in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest, hun lerend alles wat Ik u geboden heb, in acht te nemen."

• De gemeente hoort ook het lijden en sterven van Christus te verkondigen door middel van het "breken van het brood en het drinken van de beker' (avondmaal) (1 Cor. 11:22-34). De frequentie van dit getuigenis is een kwestie waarbij het woord van God de vrijheid hiervan aan elke gemeente afzonderlijk geeft. Hierbij kan de Heilige Geest de gemeente aansporen. Het mag echter nooit leiden tot een leeg ritueel. Het is van groot belang dat zij die aan de maaltijd deelnemen zichzelf zeer bewust zijn wat de betekenis is.

1 Corinthiërs 11:23-26; "Want ik heb van de Heere ontvangen, wat ik u ook heb overgeleverd, dat de Heere Jezus in de nacht waarin Hij werd verraden, brood nam, en nadat Hij gedankt had, brak Hij het en zei: Neem, eet, dit is Mijn lichaam, dat voor u gebroken wordt. Doe dat tot Mijn gedachtenis. Evenzo nam Hij ook de drinkbeker, na het gebruiken van de maaltijd, en zei: Deze drinkbeker is het nieuwe verbond in Mijn bloed. Doe dat, zo dikwijls als u die drinkt, tot Mijn gedachtenis. Want zo dikwijls als u dit brood eet en deze drinkbeker drinkt, verkondig de dood van de Heere, totdat Hij komt."

• Gods woord is duidelijk met betrekking tot offergaven. Het is verkeerd om geld te ontvangen voor Gods werk van ongelovigen (3 Joh.7). Men moet geen offergave vragen in samenkomsten waar ongelovigen aanwezig zijn. Alle giften door gelovigen moeten op vrijwillige, onopvallende wijze en met een blij hart gebeuren (Matt.6:3; 2 Cor.9:7). De beste manier tot de mogelijkheid van het geven van een gift is door een doos ergens in de samenkomst te plaatsen, daar waar deze niet opvalt, zodat degene die een gift wil achterlaten, dat ongestoord en ongezien kan doen. Het is niet juist om rapporten aan anderen te versturen van het werk in de gemeente met de bedoeling om van hen geld te verkrijgen (zelfs niet indien in de vorm van z.g. gebedspunten), omdat Jezus en de apostelen dit nooit hebben gedaan.

3 Johannes 7; "Want zij zijn voor Zijn Naam uitgegaan, zonder iets aan te nemen van de heidenen." (Lees ook in de context)

Matt.6:3-4; "Maar als u een liefdegave geeft, laat dan uw linker hand niet weten wat uw rechter hand doet, zodat uw liefdegave in het verborgene zal zijn; en uw Vader, Die in het verborgene ziet, zal het u in het openbaar vergelden."

2 Cor.9:7; "Laat ieder doen zoals hij in zijn hart voorgenomen heeft, niet met tegenzin of uit dwang, want God heeft een blijmoedige gever lief."

• Een lokale gemeente kan alleen onwrikbaar worden wanneer het discipelen leidt tot de gehoorzaamheid van geloof(vertrouwen) -tot gehoorzaamheid van alle opdrachten die Jezus ons geeft, in het bijzonder de opdrachten als omschreven in Mattheüs 5 tot en met 7, "de Bergrede" (link to the translated Dutch book). Zelfs de kleinste geboden in het nieuwe Testament moeten ook worden gehoorzaamd en met passie worden verkondigd. Dit is wat een mens groot maakt in Gods ogen (Matth. 5:19).

Mattheüs 5:19; "Wie dan een van deze geringste geboden afschaft en de mensen zo onderwijst, zal de geringste genoemd worden in het Koninkrijk der hemelen; maar wie ze doet en onderwijst, die zal groot genoemd worden in het Koninkrijk der hemelen."

• Er zijn vele zaken en aangelegenheden waarover het nieuwe Testament niets zegt. In dergelijke zaken moeten wij ons niet te dogmatisch opstellen maar vrijheid geven aan andere discipelen door zich te laten houden aan hun eigen overtuigingen, terwijl wij vast in onze eigen overtuigingen blijven staan (Rom. 14:5).

Romeinen 14:5; "De een acht de ene dag boven de andere dag, maar de ander acht al de dagen gelijk. Laat ieder in zijn eigen geest ten volle overtuigd zijn." (Lees ook de context vers 1-8)

Het is gemakkelijk om hen lief te hebben met wie wij, in alle aangelegenheden, oog in oog staan. Onze liefde wordt echter op de proef gesteld in onze houding tegenover degenen die het niet eens met eens ons. Het is niet Gods bedoeling dat al Zijn kinderen dezelfde mening hebben ten aanzien van elk klein punt. Evenmin is het Zijn bedoeling dat elke gemeente, in niet-Bijbelse aangelegenheden dezelfde uiterlijke vorm hanteren. Gods glorie komt het meest tot uitdrukking in een eenheid te midden van diversiteit. Uniformiteit is door de mens gecreëerd en brengt geestelijke dood. God verlangt van ons geen uniformiteit maar eenheid.

• Tot slot mogen we niet vergeten dat het duidelijkste teken van de discipelen van Jezus, hun liefde voor elkaar is (Joh. 13:35). Dus de gemeente moet er naar streven ÉÉN te zijn, net zoals de Vader en de Zoon ÉÉN zijn. (Joh. 17:21)

Johannes 13:35; "Hierdoor zullen allen inzien dat u Mijn discipelen bent: als u liefde onder elkaar hebt."

Johannes 17:21; "…opdat zij allen één zullen zijn, zoals U, Vader, in Mij, en Ik in U, dat ook zij in Ons één zullen zijn, opdat de wereld zal geloven dat U Mij gezonden hebt." (Hogepriesterlijk gebed)

Dit alles is, in een notendop, de waarheid waarin wij stevig gefundeerd moet worden zijn.

We weten dat het de waarheid is wanneer degenen die hier mee hebben ingestemd volledig vrij zijn (Joh. 8:31-32).

Johannes 8: 31b-32; "Als u in Mijn woord blijft, bent u werkelijk Mijn discipelen, en u zult de waarheid kennen, en de waarheid zal u vrijmaken."