Een goed fundament

geschreven door :   Zac Poonen

Hoofdstuk 0
Invoering

Het Evangelie is het goede nieuws dat de mens nu kan leven zoals God het leven oorspronkelijk bedoeld heeft. Wie zich volkomen overgeeft aan de woorden van Christus, kan een leven van doorlopende overwinning ervaren. Toch gaan veel mensen die Christus hebben aangenomen als hun Redder, niet binnen in het heerlijke leven wat het Evangelie biedt.

Waarom niet? De reden is vaak dat er in het begin van hun christelijke leven geen goed fundament gelegd is.

Ons leven nadat we opnieuw geboren zijn, kan vergeleken worden met een huis dat gebouwd wordt. Iedereen weet dat het fundament het meest belangrijke deel van een huis is.

Als er een scheur zichtbaar is op de derde verdieping van een huis, dan kan de oorzaak daarvan vaak teruggevonden worden in een gebrekkige fundering.

Zo is het ook met ons leven. Zelfs jaren nadat we zijn gaan geloven in Christus, kunnen we nog steeds de negatieve gevolgen ondervinden van een gebrekkige fundering, die in het begin verkeerd gelegd is.

Het Nieuwe Testament belooft ons een leven van overwinning over zonde. Kijk naar Gods belofte in Romeinen 6:14: " Want de zonde zal over u niet heersen. U bent namelijk niet onder de wet, maar onder de genade. "

Ook beveelt het Nieuwe Testament ons om een leven te leven van onafgebroken vreugde, totaal vrij van angst. Zie Filippenzen 4:4-6: " Verblijd u altijd in de Heere…Wees in geen ding bezorgd…"

God geeft alleen maar geboden die daadwerkelijk uitvoerbaar zijn. En die geboden zijn uitvoerbaar doordat Hij ons in staat stelt om ze uit te voeren.

Zijn geboden zijn in zekere zin dus beloften van de dingen die Hij in ons kan bewerkstelligen door Zijn genade! De bovenstaande geboden zijn dus eigenlijk beloften dat God ons kan leiden tot een leven van doorlopende vreugde en tot een leven dat volkomen vrij is van angst.

Er zijn nog veel meer van zulke geweldige beloften in het Nieuwe Testament. Maar degenen die al genoemd zijn, zijn voldoende om te laten zien dat het Evangelie inderdaad goed nieuws is.

De trieste waarheid is helaas dat de meeste christenen die belijden dat ze het Evangelie hebben aangenomen, niet het soort leven ervaren dat hierboven beschreven is.

Het doel van dit boek is om u ertoe in staat te stellen een goed fundament te leggen in uw leven, zodat Gods volledige bedoeling met uw leven werkelijkheid kan worden.

Laat de Heilige Geest tot uw hart spreken terwijl u dit boek leest. Dit zou het begin kunnen zijn van een heel nieuw hoofdstuk in uw leven.

Hoofdstuk 1
Bekering

Jezus heeft gezegd dat er slechts één juiste manier is om in Zijn schaapskooi (Zijn Koninkrijk) binnen te gaan: door de deur. Maar Hij waarschuwde ook dat sommigen zouden proberen om over de muur te klimmen (Johannes 10:1).

De route die God heeft vastgesteld voor de redding van de mens, is de weg van bekering en geloof in de Heere Jezus Christus. Dat is de enige juiste weg. God kan nooit iemand accepteren die via een andere route probeert binnen te klimmen.

Johannes de Doper was gekomen om de weg van de Heere te bereiden en daarom predikte hij bekering. Dat was de enige manier waarop het volk Israël voorbereid kon worden om Jezus te ontvangen als hun Redder. Ook voor ons is er geen andere manier.

Bekering en geloof

De meeste hedendaagse gelovigen lijken niet dezelfde diepte, toewijding en kracht te hebben als de eerste christenen.

Wat denkt u dat daar de reden voor is?

De eerste reden is dat zij zich niet volkomen bekeerd hebben.

Ze zijn inderdaad gaan geloven in Christus. Maar ze zijn gaan geloven zonder zich eerst te bekeren. En dus is de verandering oppervlakkig gebleven.

Kijk eens naar deze woorden van een bekend geestelijk lied:

" The vilest offender who truly believes That moment from Jesus a pardon receives. "

Vertaald staat hier: "De meest verachtelijke overtreder die écht gelooft, ontvangt op dat moment van Jezus gratie". Maar is dat echt waar? Is het écht waar dat de meest

verachtelijke overtreder gratie (kwijtschelding van zijn straf) kan krijgen door slechts "écht te geloven"?

Moet hij zich niet eerst bekeren?

Misschien zult u zeggen dat bekering deel uitmaakt van écht geloof. Maar als dat niet duidelijk uitgelegd wordt aan die meest verachtelijk overtreder, zou het kunnen dat hij verder gaat met zijn manier van leven, terwijl hij denkt dat hij opnieuw geboren is omdat hij slechts heeft geloofd. En zo zal hij bedrogen uitkomen.

De boodschap die Jezus Zelf predikte was: " Bekeer u en geloof het Evangelie" (Markus 1:15). Hij beval Zijn apostelen om dezelfde boodschap te prediken (Lukas 24:47). En dat is precies wat zij deden ( Handelingen 20:21).


Het Woord van God is hierin heel duidelijk. Bekering en geloof kunnen niet van elkaar gescheiden worden als je een echt en oprecht christen wilt worden. God heeft die twee samengevoegd. En wat God samengevoegd heeft mag de mens niet scheiden.

Bekering en geloof zijn de eerste twee elementen van het fundament van het christelijke leven (Hebreeën 6:1). Uw fundament zal zeker gebrekkig zijn, wanneer u zich niet volkomen bekeerd hebt. En uiteraard zal dan ook de rest van uw christelijke leven wankel zijn.

De Bijbel zegt: "Het beginsel (lees ook: het ABC) van wijsheid is de vreze des HEEREN" (Spreuken 9:10). En als we de Heere écht vrezen, dan zullen we ons afkeren van zonde ( Spreuken 3:7).

En dus hebben degenen die zich niet bekeerd hebben en zich niet afgekeerd hebben van zonde, het ABC van het christelijk leven nog niet eens geleerd.

Valse en ware bekering

Als je je hebt bekeerd, dan is het belangrijk om je ervan te verzekeren dat er sprake was van échte bekering. Satan heeft namelijk ook zijn vervalste bekering waarmee hij mensen misleidt.

Satan weet dat de meeste mensen slechts leven met één gebod: "Gij zult niet betrapt worden". En dus leert hij hen manieren en middelen om te kunnen zondigen zonder door iemand betrapt te worden.

Zelfs een dief zal berouw tonen wanneer hij opgepakt wordt. Maar dat is geen bekering. We zien in de Bijbel verschillende voorbeelden van mensen wiens bekering vals was.

Toen koning Saul ongehoorzaam was geweest aan God, bekende hij aan Samuël dat hij had gezondigd. Toch wilde hij niet dat de mensen ervan af zouden weten. Hij zocht nog steeds de eer van mensen. Hij had zich niet werkelijk bekeerd. Hij vond het gewoon erg vervelend dat hij betrapt was (1 Samuel 15:24-30). Dat was het verschil tussen hem en koning David, die openlijk zijn zonde beleed toen hij was gevallen (Psalm 51).

Koning Achab was in dat opzicht net zoals Saul. Hij had veel zelfmedelijden toen Elia hem waarschuwde dat God hem zou gaan oordelen. Hij bekleedde zich zelfs met een rouwgewaad en treurde om zijn zonden ( 1 Koningen 21:27-29). Maar hij bekeerde zich niet écht. Hij was slechts bang voor het oordeel van God.

De geschiedenis van Judas Iskariot is een duidelijk voorbeeld van valse bekering. Toen hij zag dat Jezus tot de dood veroordeeld was, voelde hij zich slecht en zei hij: "Ik heb gezondigd" ( Mattheüs 27:3-5). Maar hij legde zijn bekentenis af bij de priesters - net als sommigen vandaag de dag doen! Hij bekeerde zich niet - zelfs al voelde hij zich wellicht bedroefd over wat hij had gedaan. Als hij zich werkelijk had bekeerd, dan zou hij in gebrokenheid naar de Heere gegaan zijn en Hem om vergeving gevraagd hebben. Maar dat deed hij niet.

We kunnen uit deze voorbeelden veel leren - over wat bekering dus niet is!


Ware bekering is: je afkeren van de afgoden en je keren tot God ( 1 Thessalonicenzen 1:9).

Afgoden zijn niet slechts de houten en stenen beelden die zich in heidense tempels bevinden. Er zijn afgoden die net zo gevaarlijk zijn en die door mensen aanbeden worden, maar die er niet zo lelijk uitzien. Dit zijn de afgoden van vermaak, comfort, geld, reputatie, het doen van je eigen wil, enzovoorts.

We hebben allemaal vele jaren deze afgoden gediend. Bekering betekent dat je stopt met het aanbidden van die afgoden, dat je jezelf afkeert van die afgoden en dat je je wendt tot God.

Onze hele persoonlijkheid is betrokken bij zulke ware bekering - ons verstand, onze emoties en onze wil.

In de eerste plaats betekent bekering dat we met ons verstand anders gaan denken over zonde en over de wereld. We beseffen dat onze zonde ons heeft gescheiden van God.

Ook gaan we inzien dat de hele manier van leven van deze wereld tegen God in gaat en dus anti-God is. En we willen ons afkeren van die Godonterende manier van leven.

Ten tweede zijn ook onze emoties betrokken bij bekering. We voelen berouw over de manier waarop we geleefd hebben ( 2 Korinthe 7:10). We walgen van onszelf vanwege onze vroegere daden; daarbij krijgen we een hekel aan het grotere kwaad dat we binnenin onszelf zien, dat niemand anders kan zien ( Ezechiël 36:31).

We huilen en treuren omdat we God zoveel pijn hebben gedaan door onze manier van leven. Dat was de reactie van veel grote mannen in de Bijbel toen zij zich bewust werden van hun zonden. David (Psalm 51), Job (Job 42:6) en Petrus (Mattheüs 26:75) - allen huilden zij bitter toen zij zich bekeerden van hun zonden.

Zowel Jezus als de apostelen bemoedigden ons om te huilen en te treuren om onze zonden (Mattheüs 5:4; Jakobus 4:9). Dat is de weg terug naar God.

Tot slot is ook onze wil betrokken bij bekering. We moeten onze koppige eigen wil (het willen gaan van je eigen weg) overgeven en Jezus maken tot Heere over onze levens. Dit betekent dat we vanaf dat moment bereid zijn om alles te doen wat God van ons vraagt, los van de prijs en hoe vernederend het ook mag zijn.

De verloren zoon kwam terug tot zijn vader als een gebroken, nederige jongeman die bereid was om alles te doen wat zijn vader van hem vroeg. Dat is ware bekering (Lukas 15:11-24).

We hoeven niet elke afzonderlijke zonde die we ooit begaan hebben, te belijden aan God. Het zou überhaupt onmogelijk zijn om al onze zonden te herinneren. De verloren zoon deed dat ook niet. Het enige wat hij zei was: "Vader, ik heb gezondigd". En dat is ook het enige wat wij hoeven zeggen.

Maar bedenk dat ook Judas Iskariot zei: "Ik heb gezondigd". Er was echter een wereld van verschil tussen zijn belijdenis en de belijdenis van de verloren zoon. God luistert niet alleen naar de woorden die we zeggen. Hij kent de geest achter de woorden en houdt daar rekening mee in Zijn omgang met ons.


De vrucht van bekering

Johannes de Doper zei tegen de Farizeeën dat zij vruchten moesten voortbrengen in overeenstemming met de bekering (Mattheüs 3:8 ). Als we ons echt bekeerd hebben, dan verandert dit onze hele manier van leven.

Een van de eerste dingen die we moeten doen, nadat we ons bekeerd hebben, is het rechtzetten van de verkeerde dingen die we hebben gedaan.

In het Evangelie kunnen we lezen over Zacheüs, die overtuigd raakte van zijn zonden zodra Jezus zijn huis binnen kwam (Lukas 19:1-10). Zacheüs was een man die van geld hield. Maar hij begreep wat bekering inhield. Hij wist dat hij de dingen die hij verkeerd had gedaan in zijn leven zou moeten goedmaken, als hij een discipel van Jezus zou worden.

Dat betekende voor hem dat hij veel geld zou verliezen, want hij had veel mensen bedrogen. Maar hij besloot om hartgrondig te zijn in zijn bekering. En dus zei hij tegen de Heere dat hij de helft van zijn geld aan de armen zou geven en vervolgens het viervoudige zou teruggeven aan degenen van wie hij iets had afgeperst.

Slechts toen Zacheüs uitsprak dat hij zijn fouten recht zou zetten en het geld zou terugbetalen, zei Jezus dat verlossing tot zijn huis was gekomen. Bereidheid om fouten recht te zetten is een van de kenmerken van waarachtige verlossing (Lukas 19:1-10).

De wijze man in de gelijkenis die Jezus verkondigde, groef diep en legde zijn fundament op de rots, onder de zandlagen ( Lukas 6:48). De dwaze man bouwde zijn huis in hetzelfde gebied. Maar hij groef niet diep genoeg. Hij legde zijn fundament oppervlakkig op het zand.

Dit zouden we kunnen toepassen op ware en valse bekering. We graven slechts diep in ons leven wanneer we de moeite nemen om onze verkeerde daden op grondige wijze recht te zetten.

Wanneer we tot Christus komen, is het goed om meteen in het begin tijd te nemen om alle zaken die te maken hebben met ons oude leven en die rechtgezet moeten worden, op een rij te zetten. Als we hierin oppervlakkig zijn en sommige zaken verbloemen, zullen we later ontdekken dat ons fundament zwak blijft en zal ons huis op een dag instorten.

Wat het inhoudt om zaken recht te zetten

Wat betekent het om dingen recht te zetten?

Dat betekent dat als je de overheid bedrogen hebt door geen belasting te betalen, dat je die belasting nu alsnog betaalt. Soms kan het zijn dat het niet mogelijk is om het bedrag terug te betalen aan de afdeling in kwestie. Maar waar een wil is, is altijd een weg - als we God willen gehoorzamen! We kunnen bijvoorbeeld overheidsproducten (bijvoorbeeld treinkaartjes) aanschaffen en die vervolgens vernietigen, om ervoor te zorgen dat het geld dat wij verschuldigd zijn aan de overheid daar ook weer terecht komt.

Als u mensen hebt bedrogen, dan moet u hen om vergeving vragen en het geld terugbetalen. Vertel hen ook hoe de verandering in uw leven is gekomen! Als u niet de


moed hebt om dit helemaal zelf te doen, neem dan een broeder mee terwijl u het geld terugbetaalt.

Als u niet in staat bent om alle schulden direct terug te betalen, dan geeft dat niet. Doe het dan in termijnen. Maar maak een begin - zelfs al gaat het maar om tien cent! God accepteerde Zacheüs op de dag dat hij besloot om al zijn schulden terug te betalen - niet pas toen hij daarmee klaar was!

Als u iemand hebt bedrogen en u weet niet waar hij woont, dan moet u het geld teruggeven aan God - de oorspronkelijke Eigenaar van al het geld. Dat was de regel die God aan de Israëlieten had gegeven ( Numeri 5:6-8).

In ieder geval mogen we nooit geld bij ons hebben dat op onwettige wijze verkregen is. God kan nooit zijn zegen verlenen aan dat geld.

Als we iemand pijn gedaan hebben of hebben beschadigd, op een manier die niet met geld te maken heeft, dan moeten we onze excuses aanbieden en om vergeving vragen aan die persoon.

Ik ken broeders die maanden geld gespaard hebben en vervolgens hun hele bankrekening leegmaakten om de overheid alle belasting en alle douanegelden terug te betalen die zij niet hadden betaald. En God heeft hen gezegend met iets beters dan een grote bankrekening!

Ik ken ook anderen die in bussen en treinen hadden gereisd zonder kaartjes te kopen, en die zorgvuldig alle verschuldigde kosten hebben berekend en terugbetaald. De mensen die trouw zijn in de kleine dingen, zijn degenen die grote dingen zullen doen voor God.

Ik ken ook mensen die naar het bestuur van hun universiteit zijn gestapt met hun diploma en hebben toegegeven dat zij hadden vals gespeeld bij hun eindexamens. Ze waren bereid om hun diploma's op te offeren indien nodig, om een rein geweten te hebben. God heeft zulke gelovigen meestal genade gegeven in de ogen van het bestuur, zodat zij hun diploma's mochten behouden.

Maar het hoeft niet altijd zo te gaan. In uw geval kan het zijn dat God toelaat dat de universiteit uw diploma terugneemt! Maar dan zal dat Gods volmaakte wil zijn voor u.

Ik ken een broeder die een verontschuldigingsbrief schreef aan iemand van wie hij vele jaren eerder een kleine postzegel had gestolen. Stelen is stelen, hoe klein de waarde van het gestolen artikel ook mag zijn. Juist in de kleine dingen wordt onze betrouwbaarheid op de proef gesteld.

Ik wil niet suggereren dat u zichzelf nu moet martelen om te proberen alle kleine verkeerde dingen die u in uw verleden hebt gedaan te herinneren. Nee. Dat hoeft u niet te doen. God zal u herinneren aan de dingen die rechtgezet moeten worden; en alleen datgene waaraan God u herinnert, moet rechtgezet worden.

In sommige gevallen kun je niets doen om iets recht te zetten, omdat de situatie zo ingewikkeld is. In zulke gevallen kun je slechts je berouw naar God uiten en Hem vragen om Zijn barmhartigheid.


In ieder geval moeten we niet toelaten dat Satan ervoor zorgt dat wij ons voor altijd schuldig en veroordeeld blijven voelen, alleen maar omdat wij een zaak niet recht kunnen zetten. God begrijpt onze situatie volledig - en Hij martelt ons niet. Als je bereidwillig bent, dan accepteert God alles wat je kunt doen - zelfs als je niets kunt doen ( 2 Korinthe 8:12).

Prijst God dat Hij zo barmhartig is!

God zal hen eren die Hem eren (1 Samuel 2:30). En een manier waarop wij Hem eren is door trouw te zijn in de kleine dingen.

Als we verkeerde dingen niet rechtzetten, zullen we voor de rest van ons leven een ketting met ons meedragen. God zal ons beproeven om te zien of wij een rein geweten belangrijker vinden dan ons geld, onze eer, onze diploma's en zelfs ons werk.

Velen falen voor deze test. Maar prijs God, er is in iedere generatie een overblijfsel van mensen die meer van God houden dan van enig ander ding op aarde.

Anderen vergeven

Bekering houdt ook in dat we anderen vergeven die ons op enige manier kwaad gedaan hebben.

Jezus zei: " …als u de mensen hun overtredingen niet vergeeft, zal uw Vader uw overtredingen ook niet vergeven. " (Mattheüs 6:15)

Hij zei verder dat we anderen vanuit ons hart moeten vergeven en niet slechts oppervlakkig (Mattheüs 18:35). Het is onmogelijk om door God vergeven te worden als wij zelf anderen niet hartgrondig en volkomen vergeven.

Het is mogelijk dat we niet kunnen vergeten wat anderen ons aangedaan hebben. Maar we kunnen er zeker voor kiezen om niet na te denken over het kwaad wat zij hebben gedaan, wanneer wij daartoe verleid worden.

Misschien heeft iemand u zo hevig beschadigd, dat u het heel moeilijk vindt om hem hartgrondig te vergeven. Vraag God om u te helpen om hem te vergeven; en dan zult u ontdekken dat Hij meer dan bereid is om u zowel het verlangen als de kracht te geven om elk mens te vergeven.

Wanneer wij ons de miljoenen zonden voor de geest halen waarvoor God ons zo vrij vergeving heeft geschonken, dan zou het niet zo moeilijk meer moeten zijn voor ons om anderen op dezelfde manier te vergeven. Wanneer wij anderen niet vergeven, krijgt Satan macht over ons.

Paulus zegt: Vergeef, zodat Satan op ons geen voordeel kan behalen ( 2 Korinthe 2:10- 11).

Een veranderde houding ten opzichte van Satan

Er is nog een ander gebied waarbinnen zaken afgehandeld moeten worden - en dat is het gebied van contact met Satan en boze geesten.


Als je ooit iets gedaan hebt met astrologie, aanbidding van afgoden, handlezen, zwarte magie, of als je ooit geïnteresseerd bent geweest in rockmuziek of schadelijke drugs, dan moet je afstand doen van deze contacten met Satan - zelfs al hebben deze contacten zich misschien onbewust afgespeeld.

Het eerste wat je moet doen is: al jouw afgoden, occulte boeken, amuletten, enzovoorts, vernietigen (niet verkopen, maar vernietigen) ( Handelingen 19:19). Daarna moet je het volgende bidden: "Heere Jezus, ik neem afstand van en verwerp ieder contact dat ik heb gehad met Satan, bewust of onbewust."

Vervolgens zeg je direct tegen Satan: "Ik weersta je Satan, in de Naam van Jezus Christus, mijn Heere en Redder. Je mag mij niet langer aanraken, want ik ben nu eigendom van de Heere Jezus Christus." In Jakobus 4:7 staat geschreven: " Onderwerp u dan aan God. Bied weerstand aan de duivel en hij zal van u wegvluchten. " Satan kan jou dus niet langer in zijn greep houden.

Als we blijven wandelen met de Heere, dan zal Hij steeds meer Zijn licht laten schijnen op de verschillende gebieden van ons leven. Het kan gaan om onze wereldse manier van kleden of spreken, om onze ruwe manier van spreken, of om de manier waarop we onszelf verontreinigen door de dingen die we lezen. We zullen voortdurend nieuwe dingen ontdekken waarvan we ons moeten bekeren en reinigen.

Deze weg van voortdurende bekering moeten we de rest van ons leven blijven bewandelen.

Hoofdstuk 2
Geloof

Bekering is het eerste deel van het fundament van het christelijk leven. Geloof is het tweede deel.

Geloven in God betekent dat je Hem vertrouwt en dat je gelooft in wat Hij in Zijn Woord heeft gezegd, los van wat je gevoelens of andere mensen tegen je zeggen. Zo simpel is het.

Hier volgen drie feiten met betrekking tot God: (1) Hij houdt oneindig veel van ons; (2) Hij is volmaakt in wijsheid; en (3) Hij is almachtig.

Is het moeilijk om deze feiten te geloven? Nee. Wel, dan zou het ook niet moeilijk moeten zijn voor ons om God met heel ons hart te vertrouwen.

Toen Eva in de hof van Eden luisterde naar de stem van Satan, kwam dit door het tekortschieten van haar geloof. Zij geloofde niet dat Gods geboden voor haar eigen bestwil waren. Zij werd God ongehoorzaam, omdat zij geen geloof had in Zijn volmaakte liefde voor haar.

Geloof om Gods gaven te ontvangen

God wil ons veel prachtige dingen schenken. Al Zijn gaven zijn gaven van genade. Maar wij hebben geloof nodig om die gaven te ontvangen.

De Bijbel zegt dat wij gered zijn "uit genade…door het geloof" (Efeze 2:8). Genade is Gods hand die, vol van de hemelse zegeningen, naar ons uitgereikt wordt vanuit de hemel.

Geloof is onze hand die zich naar boven uitstrekt en die zegeningen aanneemt uit Gods hand.

God biedt ons in de eerste plaats vergeving voor onze zonden aan. Als we ons bekeerd hebben, dan hoeven wij alleen nog onze hand uit te strekken om datgene wat God ons gratis aanbiedt aan te nemen. We hoeven er niet voor te werken of te betalen. Er is al voor betaald op Golgotha. Het enige wat wij nu nog moeten doen is zeggen: "Dank U, Vader", en het aannemen. Dat is geloof.

Wanneer wij dat wat God ons aanbiedt niet aannemen, dan beledigen wij Hem. We verachten dan Zijn gaven. Misschien denken we dat God ons plaagt, zoals sommige mensen kinderen plagen door hun handen naar hen uit te strekken met een cadeautje en vervolgens hun hand terug te trekken net voordat een kind zijn arm uitstrekt om het cadeautje aan te pakken! Maar God is niet gemeen of kwaadaardig, zoals zulke mensen. Hij is een liefhebbende Vader. Hij verlangt er werkelijk naar om ons goede gaven te schenken.

Daarom zegt de Bijbel: " Zonder geloof is het…onmogelijk God te behagen." - wat wij verder doen doet er niet toe.

Als wij God vertrouwen, zal Hij niet slechts onze zonden vergeven, maar zal Hij ons ook bevrijden van de macht van zonde.


Hoe komen wij aan geloof? Er is slechts één manier. De Bijbel zegt: " Zo is dan het geloof uit het gehoor en het gehoor door het Woord van God. " (Romeinen 10:17) Met andere woorden: wij zullen geloof krijgen wanneer wij God tot ons laten spreken door Zijn Woord. Zo kan ons geloof ook groeien en toenemen.

Door Gods Woord weten wij dat Christus voor onze zonden is gestorven en weer is opgestaan; en dat wij onmiddellijk en gratis volledige vergeving kunnen ontvangen voor onze zonden, wanneer wij ons bekeren en ons vertrouwen op Hem stellen. De Heilige Geest zal vervolgens in ons hart getuigen dat wij inderdaad vergeven zijn. Door middel van dit tweevoudige getuigenis van zowel Gods Woord als de Heilige Geest kunnen we er absoluut zeker van zijn dat God ons heeft vergeven en dat wij inderdaad Zijn kinderen zijn.

De zekerheid van het geloof

God wil dat wij volmaakte zekerheid in ons hart ervaren over het feit dat wij inderdaad Zijn kinderen zijn. Hij wil dat wij daar nooit aan twijfelen.

Satan zal altijd zijn best doen om ons te laten twijfelen. Maar wij hoeven nooit te twijfelen, want God heeft ons vele beloften gegeven in Zijn Woord om ons zekerheid te geven.

Kijk maar eens naar deze beloften van Jezus: " …wie tot Mij komt, zal Ik beslist niet uitwerpen… Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Wie in Mij gelooft, heeft eeuwig leven. " (Johannes 6:37,47)

"Maar allen die Hem (Jezus Christus) aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven kinderen van God te worden… " (Johannes 1:12)

De Heere zegt: " Ik zal wat hun ongerechtigheden betreft genadig zijn en aan hun zonden en hun wetteloos gedrag beslist niet meer denken. " (Hebreeën 8:12)

Je geloof stellen op Gods beloften is te vergelijken met het neerzetten van je voeten op een sterke brug terwijl je een rivier oversteekt. Als de brug sterk is, dan maakt het niet uit dat onze voeten zwak zijn. Wat betekent een sterk geloof dan? Dat betekent dat je vertrouwt in een sterke God en in Zijn beloften.

Onze gevoelens zijn vaak heel misleidend. We moeten daar nooit op vertrouwen. Er is een gelijkenis van drie mannen, genaamd Feit, Geloof en Gevoel, die achter elkaar aan op een smalle muur liepen. Feit liep voorop, Geloof volgde hem en Gevoel liep achteraan. Zolang Geloof zijn ogen op Feit gericht hield, verliep alles probleemloos. Maar zodra Geloof zich omdraaide om te zien hoe het Gevoel verging, verloor hij zijn evenwicht en stortte hij te pletter. Ook Gevoel viel en stierf. Maar Feit liep onverstoord door over de muur!

De les van deze gelijkenis is overduidelijk. Gods Woord bestaat uit onveranderlijke feiten. Als ons geloof standvastig alléén op Gods Woord blijft zien, is er geen gevaar dat we ooit zullen vallen; en onze gevoelens zullen te zijner tijd volgen. Maar als wij op onze gevoelens beginnen te zien, kunnen we gemakkelijk struikelen en vallen in ontmoediging en veroordeling.


De belijdenis van geloof

De Bijbel zegt dat wij moeten belijden wat we geloven. " Als u met uw mond de Heere Jezus belijdt en met uw hart gelooft dat God Hem uit de doden heeft opgewekt, zult u zalig worden. Want met het hart gelooft men tot gerechtigheid en met de mond belijdt men tot zaligheid. " (Romeinen 10:9-10)

De belijdenis van onze mond is belangrijk. Gods Woord belijden betekent dat wij hetzelfde zeggen als wat God zegt. Dat zou niet zo moeilijk moeten zijn, want het betekent slechts dat wij "Amen" ("Het zal zo zijn") zeggen op Gods beloften.

De eerste keer dat het woord "geloof" gebruikt wordt in de Schrift is in Genesis 15. Daar kunnen we lezen dat God tegen Abram zei, toen hij nog geen kinderen had, dat hij zoveel kinderen zou hebben als er sterren in de hemel zijn. En er staat geschreven dat " hij geloofde in de HEERE" (Genesis 15:6). Het Hebreeuwse woord dat daar gebruikt wordt voor "geloofde" is "aman". Dit is het woord waarvan wij het woord "Amen" hebben verkregen, wat "Het zal zo zijn" betekent. Abram heeft dus eenvoudigweg "Amen" gezegd tegen Gods beloften.

Het ware geloof is dus: "Amen" zeggen tegen God.

Later lezen we dat Abram zichzelf noemde bij de nieuwe naam die God hem gegeven had

- Abraham (wat "vader van een menigte" betekent). Sara, zijn vrouw, was nog steeds kinderloos. Maar dat maakte voor Abraham geen verschil. Hij noemde zichzelf nog steeds de vader van een menigte, omdat hij geloof had in wat God tot hem had gesproken (Genesis 17:5).

Dat is de belijdenis van geloof - belijden wat God gezegd heeft, zelfs al hebben we de vervulling van de belofte nog niet gezien.

Dat is het enige dat God van ons vraagt - om hetzelfde te zeggen als wat Hij heeft gezegd in Zijn Woord. Wanneer wij Gods beloften belijden, uiten wij daarmee ons geloof in God; en zodoende is God in staat om het werk voor ons te doen.

Door het "woord van ons getuigenis" kunnen we Satan overwinnen ( Openbaring 12:11). Satan, de aanklager, probeert ons altijd te beroven van de zekerheid van onze verlossing en van onze vrijmoedigheid voor God. We moeten de beloften van God rechtstreeks tot Satan citeren als we hem willen overwinnen.

Jezus Zelf overwon Satan door de Schrift tot hem te citeren: " Er staat geschreven…Er staat geschreven…Er staat geschreven…" (Mattheüs 4:1-11)

Wanneer wij aan Gods Woord twijfelen, maken we God tot een leugenaar. Maar wanneer wij Gods Woord proclameren tot Satan, kiezen we voor de kant van God en Zijn Woord tegen Satan en zijn leugens. Op die manier zeggen we ook tegen Satan dat wij geloven dat wat God gezegd heeft waar is, ondanks wat onze omstandigheden en onze gevoelens ons vertellen.

Dat is de belijdenis van geloof.


Hoofdstuk 3
Uitverkiezing en rechtvaardiging

Gods uitverkiezing en rechtvaardiging van Zijn kinderen zijn twee heerlijke waarheden die in het Nieuwe Testament onderwezen worden.

Uitverkiezing

De Bijbel zegt dat God ons overeenkomstig Zijn voorkennis heeft uitgekozen om Zijn kinderen te zijn (1 Petrus 1:1-2). Dat betekent dat Hij al vanaf de eeuwigheid wist wie Zijn kinderen zouden worden.

De Bijbel zegt ook dat God ons in Christus heeft uitgekozen " vóór de grondlegging van de wereld" (Efeze 1:4). Lang voordat Adam geschapen werd, kende God ons, Zijn kinderen, al bij naam, en onze namen waren al opgetekend in het "Boek des Levens" ( Openbaring 13:8).

Deze feiten zouden ons enorme zekerheid moeten geven.

De Bijbel zegt dat het fundament van God, waarop wij staan, een tweevoudig zegel heeft. Op de kant daarvan die God kan zien, staat geschreven: "De Heere kent wie van Hem zijn". Op de kant die mensen kunnen zien, staat geschreven: " Ieder die de Naam van Christus noemt, moet zich ver houden van de ongerechtigheid. " (2 Timotheüs 2:19)

God kende Zijn kinderen al vóór de grondlegging van de wereld. Maar WIJ weten pas dat wij kinderen van God zijn wanneer we ons daadwerkelijk bekeren en ons tot Hem keren. Ons beperkte verstand kan niet begrijpen hoe God Zijn kinderen uitkiest en toch vrijheid geeft aan de mens om al dan niet voor Hem een keuze te maken. Dit zijn net twee parallelle lijnen die elkaar in ons verstand nooit lijken te raken. Maar, zoals de wiskundige definitie van parallelle lijnen ons leert, raken zij elkaar wel in de eeuwigheid - in het eeuwige verstand van God.

Iemand heeft het als volgt uitgelegd: Terwijl u over uw levenspad liep kwam u op een dag een open deur tegen, waarboven deze woorden geschreven stonden: "Een ieder die zich bekeert en in Christus gelooft mag hier binnenkomen en het eeuwige leven in ontvangst nemen." U ging daar binnen. Toen u achterom keek zag u boven diezelfde deur, maar aan de binnenzijde, de volgende woorden geschreven staan: "U bent door God gekozen in Christus van vóór de grondlegging van de wereld."

Rechtvaardiging

De vergeving van onze zonden neemt de schuld vanuit het verleden weg. Maar dat maakt ons nog niet volmaakt heilig. En zo kunnen we nog steeds niet staan voor een volmaakt heilige God. En dus moest God meer voor ons doen.

Hij moest ons rechtvaardigen!

Rechtvaardiging betekent dat God ons de volmaakte gerechtigheid van Christus toerekent. Als gevolg daarvan is ons staan voor God net zo volmaakt als dat van Christus! Dat is een verbazingwekkend feit! Maar het is waar! Het is net zoals wanneer er miljoenen euro's op


de bankrekening van een bedelaar zouden worden gezet - geld dat hij niet verdiende en waarvoor hij niet gewerkt had, maar dat hem als gratis gift gegeven wordt.

Gerechtvaardigd te zijn betekent dat God ons aanvaart alsof wij nooit in ons hele leven gezondigd hebben en alsof wij altijd volkomen rechtvaardig zijn in ons huidige leven.

Gods Woord zegt: " Wij dan, gerechtvaardigd uit het geloof, hebben vrede bij God door onze Heere Jezus Christus. Door Hem hebben wij ook de toegang verkregen door het geloof tot deze genade waarin wij staan… " (Romeinen 5:1-2) We kunnen nu met vrijmoedigheid in Gods nabijheid komen zonder enige angst of aarzeling. God Zelf heeft daartoe de weg geopend.

Zodra Adam en Eva in de hof van Eden gezondigd hadden, voelden zij zich schuldig en beschaamd en bedekten zij zichzelf met vijgenbladeren. God nam hun vijgenbladeren weg, doodde een dier en bekleedde hen met de huid daarvan.

Die vijgenbladeren zijn een beeld van onze eigen goede werken. Net zoals vijgenbladeren kunnen goede werken onze naaktheid voor God niet bedekken; want de Bijbel zegt dat zelfs onze beste werken zijn als een bezoedeld kleed in Gods ogen (Jesaja 64:6).

Dat geslachte dier was een beeld van Christus, die om onze zonden werd gedood. De huid was een beeld van de volmaakte gerechtigheid van Christus, waarmee wij bekleed worden (Genesis 3:7,21).

Rechtvaardiging is een gratis geschenk van God. Geen enkel mens kan voor God gerechtvaardigd worden op basis van zijn eigen goede werken. Het is dus volkomen verkeerd om te zeggen: "Laten we proberen om rechtvaardig te zijn, zodat we door God gerechtvaardigd kunnen worden."

Maar ook het tegenovergestelde kan volkomen verkeerd zijn, en dat is wanneer wij zeggen: "Als wij toch uitgekozen en gerechtvaardigd zijn, dan maakt het ook niet meer uit of wij nu nog zondigen." Degenen die lichtvaardig omgaan met zonde, omdat zij denken dat God hen toch heeft uitverkozen en heeft gerechtvaardigd, bewijzen daarmee slechts dat zij helemaal geen deel uitmaken van Gods uitverkorenen (vergelijk Romeinen 4:5 met Jakobus 2:24).

Zodra wij de zekerheid hebben dat wij uitverkozen en gerechtvaardigd zijn, zullen Satans beschuldigingen steeds minder invloed op ons hebben. Want "Als God voor ons is, wie zal tegen ons zijn?" ( Romeinen 8:31) We hoeven ons nooit van ons leven meer aangeklaagd of verworpen door God te voelen.

" Wie zal beschuldigingen inbrengen tegen de uitverkorenen van God? God is het Die rechtvaardigt. " (Romeinen 8:33) Halleluja!

Dat is het goede nieuws van het Evangelie! Het moet ons niet verbazen dat Satan ervoor gezorgd heeft dat veel gelovigen niet weten dat zij zijn uitverkoren en dat zij gerechtvaardigd zijn door God.


Hoofdstuk 4
Discipelschap

De discipelen twijfelden geen moment over wat Jezus bedoelde, toen Hij hen gebood om naar alle volken te gaan en discipelen van hen te maken ( Mattheüs 28:19). Hij had hen immers eerder al uitgelegd wat het betekende om Zijn discipel te zijn.

In Lukas 14:25-35 worden de voorwaarden van discipelschap het duidelijkst uitgelegd. Daar spreekt Jezus over een man die het fundament heeft gelegd om een toren te bouwen, maar die vervolgens de bouw niet voltooit omdat hij niet in staat is om de kosten geheel te betalen (vers 28-30). Deze gelijkenis bewijst dat het iets kost om een discipel te zijn. Jezus gebood ons om eerst rustig na te denken en die kosten te berekenen, voordat we ook maar beginnen te bouwen.

Na de vergeving van onze zonden wil God niet dat het nog vele jaren duurt, voordat wij begrijpen wat discipelschap daadwerkelijk inhoudt. Wanneer mensen tot Jezus kwamen vertelde Hij hen meteen over de kosten van discipelschap.

Hij zei dat een gelovige die niet bereid was om een discipel te worden, net zo nutteloos is voor God als zout dat zijn smaak verloren heeft ( Lukas 14:35).

Onze familieleden 'haten'

De eerste voorwaarde van discipelschap is dat wij de natuurlijke, buitensporige liefde die wij voor onze familieleden hebben, moeten afsnijden.

Jezus zei: " Als iemand tot Mij komt en niet haat zijn eigen vader en moeder en vrouw en kinderen en broers en zusters, ja, ook zelfs zijn eigen leven, die kan Mijn discipel niet zijn. " (Lukas 14:26)

Dat zijn sterke woorden. Wat betekent het om te 'haten'? Haten is hetzelfde als doden (1 Johannes 3:15). Wat hier dus van ons gevraagd wordt is om de natuurlijke genegenheid die we voor onze familieleden ervaren te doden.

Betekent dit dat wij hen niet moeten liefhebben? Nee. Dat betekent het absoluut niet. Wanneer wij onze menselijke genegenheid voor hen opgeven, dan zal God die vervangen door Goddelijke liefde. Pas dan zal onze liefde voor onze familieleden zuiver zijn - in die zin dat God dan altijd op de eerste plaats staat in ons hart, en niet onze familieleden.

Velen zijn niet gehoorzaam aan God omdat zij bang zijn om hun vader, moeder of vrouw te kwetsen. De Heere eist echter de eerste plaats in ons leven. En als wij Hem die plaats niet geven, dan kunnen we in het geheel niet Zijn discipelen zijn.

Kijk naar Jezus' eigen voorbeeld. Hij had Zijn moeder, die weduwe was, lief. Toch liet Hij nooit toe dat zij Hem zodanig zou beïnvloeden dat Hij niet de volmaakte wil van Zijn Vader zou doen. Zelfs niet in kleine dingen. Een voorbeeld hiervan kunnen we zien in de bruiloft te Kana, waar Jezus weigerde te handelen op aandringen van Zijn moeder ( Johannes 2:4).


Jezus leerde ons ook om onze broeders te 'haten'. Toen Petrus Jezus ervan probeerde te overtuigen om niet de weg van het kruis te gaan, draaide Hij Zich om en vermaande Hij Petrus met enkele van de meest scherpe woorden die Hij ooit had uitgesproken: "Ga weg achter Mij, Satan! U bent een struikelblok voor Mij…" ( Mattheüs 16:23) Petrus had zijn voorstel vanuit veel menselijk liefde gedaan. Maar Jezus vermaande hem, omdat dat wat Petrus suggereerde tegen de wil van de Vader inging.

In het hart van Jezus had de Vader altijd de eerste plaats. De Heere Jezus verwacht ook van ons dezelfde houding. Na Zijn opstanding vroeg Hij aan Petrus of hij meer van Hem hield dan van alle andere dingen op aarde (Johannes 21:15-17). Slechts zij die de Heere boven alles liefhebben ontvangen verantwoordelijkheid in Zijn gemeente.

De leider van de gemeente in Efeze dreigde te worden verworpen, omdat hij zijn eerste liefde voor de Heere verloren had ( Openbaring 2:1-5).

We zullen werkelijk aan de eerste voorwaarde van discipelschap voldoen, wanneer we net als de psalmist kunnen zeggen: " Wie heb ik behalve U in de hemel? Naast U vind ik nergens vreugde in op de aarde. " (Psalm 73:25)

De liefde die Jezus van ons vraagt is niet de emotionele, sentimentele, menselijke genegenheid die zich uit in het zingen van ontroerende liederen van toewijding voor Hem. Nee. Als we Hem liefhebben, dan zullen we Hem gehoorzamen (Johannes 14:21).

Ons eigen leven haten

De tweede voorwaarde van discipelschap is dat we ons eigen zelfleven moeten haten. Jezus zei: " Als iemand tot Mij komt en niet haat…zijn eigen leven, die kan Mijn discipel niet zijn. " (Lukas 14:26)

Hij benadrukte dit nog sterker door te zeggen: " En wie zijn kruis niet draagt en achter Mij aan komt, kan geen discipel van Mij zijn. " (Lukas 14:27) Dit is één van de minst begrepen leerstellingen van Jezus.

Hij zei dat een discipel zichzelf zou moeten verloochenen en zijn kruis dagelijks op zou moeten nemen (Lukas 9:23). Het is belangrijker om onszelf te verloochenen en ons kruis dagelijks op te nemen, dan om dagelijks Bijbel te lezen en te bidden. Onszelf ontkennen is hetzelfde als ons eigen leven haten - het leven dat we van Adam hebben geërfd. Het kruis opnemen betekent dat je het zelfleven doodt. We moeten dat leven eerst haten, alvorens we het kunnen doden.

Ons zelfleven is de grootste vijand van het leven van Christus. De Bijbel noemt dit 'het vlees'. Het vlees is een bergplaats van allerlei kwaadaardige begeerten binnenin ons die ons verleiden om eigen gewin, eigen eer, eigen genot en onze eigen wil te zoeken.

Als we eerlijk zijn, moeten we bekennen dat zelfs onze beste daden bedorven worden door de kwaadaardige motieven die voortkomen uit onze verdorven begeerten. We zullen de Heere nooit kunnen volgen als we dit vlees niet haten. Om die reden sprak Jezus zo veel over het haten (of verliezen) van ons eigen leven.

Sterker nog, deze uitspraak wordt zes keer herhaald in de evangeliën ( Mattheüs 10:39; Mattheüs 16:25; Markus 8:35; Lukas 9:24; Lukas 14:26; Johannes 12:25 ). Dit is de meest


herhaalde uitspraak van de Heere in de evangeliën. En toch wordt hier het minst over gepredikt en is dit de minst begrepen uitspraak!

Je eigen leven haten betekent dat je stopt met het zoeken van je eigen rechten en privileges, dat je ermee ophoudt om je eigen reputatie belangrijk te vinden, dat je jouw eigen ambities en interesses niet langer nastreeft en staakt met het gaan van je eigen weg. Je kunt slechts een discipel zijn van Jezus als je bereid bent om die weg te gaan.

Al onze bezittingen achterlaten

De derde voorwaarde van discipelschap is dat we al onze eigen bezittingen moeten

achterlaten. Jezus zei: " Zo kan dan ieder van u die niet alles wat hij heeft, achterlaat, geen discipel van Mij zijn. " (Lukas 14:33)

Onze bezittingen zijn de dingen die wij zien als ons eigendom. Het achterlaten daarvan betekent dat we niets meer als ons eigendom beschouwen.

Een voorbeeld hiervan kunnen we zien in het leven van Abraham. Izak was zijn eigen zoon - zijn eigendom. Op een dag vroeg God hem om Izak als brandoffer te offeren. Abraham legde Izak op het altaar en stond klaar om hem te slachten. Maar God greep in en zei tegen hem dat een offer niet meer nodig was, omdat Abraham zijn bereidheid om te gehoorzamen getoond had ( Genesis 22). Na dit gebeuren zag Abraham zijn zoon Izak niet langer als zijn eigen bezit, ondanks dat Izak nog gewoon bij hem in huis woonde. Izak behoorde nu aan God toe.

Dit is wat het betekent om al onze eigendommen op te geven. Alles wat wij bezitten moet op het altaar gelegd worden en aan God gegeven worden.

Soms staat God toe dat wij sommige van die dingen blijven gebruiken. Maar we mogen die dingen niet langer zien als onze eigendommen. Zelfs als we in een eigen huis wonen, dan moeten we dat huis zien als Gods bezit. We moeten het dan zien als een voorrecht dat Hij toestaat dat wij daarin wonen zonder huur te hoeven betalen! Dat is waarachtig discipelschap!

Hebben wij dit gedaan met al onze bezittingen? Onder onze bezittingen moeten we verstaan: onze bankrekening, ons landgoed, onze baan, onze diploma's, onze gaven en talenten, onze vrouw en kinderen, en alle andere dingen die wij waardevol achten op deze aarde. We moeten al die bezittingen op het altaar leggen als we echte discipelen willen zijn.

God wil dat wij Hem liefhebben met ons hele hart. Dat is wat Mattheüs 5:8 leert: "Zalig zijn de reinen van hart…" Het is niet genoeg om een rein geweten te hebben. Een rein geweten betekent slechts dat wij zonde hebben opgegeven. Een rein hart betekent dat we alles hebben opgegeven!

Een radicaal veranderde houding ten opzichte van onze familieleden en geliefden, ons zelfleven en onze bezittingen, maakt dus deel uit van waarachtig discipelschap. Het zal onmogelijk zijn om een goed fundament te leggen voor ons christelijk leven, als we deze zaken niet vanaf het begin op orde brengen.

Hoofdstuk 5
De doop in water

Een van de laatste opdrachten die Jezus aan zijn discipelen gaf voordat Hij naar de hemel opsteeg was: (1) Ga en maak discipelen; (2) doop hen in de Naam van de Vader, Zoon en Heilige Geest; en (3) leer hen om alles te gehoorzamen wat ik jullie geboden heb. De volgorde is hier belangrijk. Slechts degenen die discipelen wilden worden, werden gedoopt. Niemand anders.

Toen de mensen kleine kinderen naar Jezus brachten, legde Hij hen de handen op en zegende hen (Markus 10:13-16). Maar toen er bekeerde volwassenen tot Hem kwamen, liet Hij hen dopen door Zijn discipelen (Johannes 4:1-2).

Maar wat gebeurt er in veel 'kerken' tegenwoordig? Precies het tegenovergestelde. Kleine kinderen worden gedoopt en volwassenen krijgen handen opgelegd (als 'bevestiging')! Dit is precies het tegenovergestelde van wat Jezus deed.

Toen velen op de Pinksterdag overtuigd werden van hun zonden, zei Petrus tegen hen: "Bekeer u en laat u dopen." Vervolgens staat er geschreven: "Zij nu die zijn woord met vreugde aannamen, werden gedoopt." ( Handelingen 2:38,41)

Het is duidelijk dat alleen die mensen gedoopt werden die in staat waren om Gods Woord te begrijpen en in staat waren om zich te bekeren. Ook in alle andere gevallen die beschreven worden in het boek Handelingen geldt dit principe.

De betekenis van de doop

Wat de doop betekent staat duidelijk beschreven in Romeinen 6:1-7. Er staat daar beschreven dat onze oude mens gekruisigd is met Christus en dat wij door de doop met Christus in de dood begraven zijn. De oude mens is de manier van denken die wij hadden in onze onbekeerde dagen, toen we nog wilden zondigen. Die houding is gekruisigd met Christus.

We hoeven dit niet eerst te begrijpen alvorens we het in de realiteit kunnen ervaren. We kunnen gewoon geloven wat God zegt. Als Gods Woord zegt dat onze oude mens gekruisigd is met Christus, dan geloven we dat, net zoals we Gods Woord geloven wanneer het zegt dat Christus Zelf is gekruisigd op Golgotha. Beide waarheden kunnen we aannemen door geloof.

De oude mens en het vlees zijn niet hetzelfde. Het vlees is die bergplaats van kwaadaardige begeerten binnenin ons, die ingaat tegen de wil van God. Tot de laatste dag van ons leven zullen wij allemaal die bergplaats in ons meedragen. We zouden het vlees kunnen vergelijken met een bende dieven, die proberen in te breken in ons huis. De oude mens is dan te vergelijken met een ontrouwe dienstknecht binnenin het huis, die voortdurend de voordeur opent zodat de dieven binnen kunnen komen. Nu is de ontrouwe dienstknecht gedood. De dieven zijn echter gezond en wel! Maar nu hebben we een nieuwe dienstknecht, de nieuwe mens, die de deur dichthoudt voor de dieven.


Door de doop geven we getuigenis van de dood en begrafenis van de oude mens (het verlangen om te zondigen), en van de opstanding met Christus zodat wij vanaf dat moment "in een nieuw leven wandelen" ( Romeinen 6:4).

De zondvloed in de tijd van Noach was ook een beeld van de doop ( 1 Petrus 3:20-21). De hele wereld werd door God vernietigd door middel van die vloed. Noach doorstond het in de ark en stapte na afloop uit de ark een hele nieuwe wereld binnen. De oude wereld en alles wat zich daarin bevond werd begraven door de vloed. Hiervan getuigen wij ook met de doop - dat onze oude relatie met de wereld (en dat heeft ook betrekking op wereldse mode en wereldse vrienden) nu afgesneden is en dat wij nu vanuit het water een hele nieuwe wereld binnenstappen.

De manier van dopen

Nu komen wij tot de vraag: HOE moet iemand gedoopt worden?

Het woord 'dopen' is een vertaling van het Griekse woord 'bapto'. Dit betekent 'iets geheel met een vloeistof bedekken' of 'onderdompelen'. En dat is precies wat de doop voor de eerste apostelen betekende - een onderdompeling in water. Iemands hoofd besprenkelen met water is absoluut geen doop.

Het volgende staat geschreven over de gebeurtenis waarbij Filippus de Ethiopische kamerheer doopte: " zij daalden beiden af in het water…en toen zij uit het water opgekomen waren… " (Handelingen 8:38-39).

In de beschrijving van de doop van Jezus lezen we soortgelijke woorden: "…toen Hij uit het water opkwam…" (Markus 1:10).

In het Nieuwe Testament vond de doop altijd plaats door onderdompeling. Omdat de doop een begrafenis is, kan dit slechts accuraat voorgesteld worden door onderdompeling. Wij begraven mensen immers ook niet door wat zand op hun hoofd te sprenkelen, maar door hen volkomen onder de grond te leggen!

Dit maakt ook duidelijk dat alleen mensen in wie de oude mens dood is, in aanmerking komen voor de doop - dus zij die niet meer willen zondigen. Want alleen dode mensen kunnen begraven worden! Het is een misdaad om iemand te begraven die niet dood is!

Dopen in de drievoudige Naam

Jezus heeft ons opgedragen om te dopen " in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest " (Mattheüs 28:19). De Naam is enkelvoud, omdat God één is. Maar Jezus openbaarde dat hoewel God één is, Hij bestaat in drie Personen, Die van Elkaar te onderscheiden zijn.

Het was niet de Vader noch de Heilige Geest die voor onze zonden stierf. Het was de Zoon. Toen Jezus opsteeg naar de hemel zette Hij zich aan de rechterhand van de Vader, niet aan de rechterhand van de Heilige Geest. Evenzo was het de Heilige Geest, en niet de Vader, die Hij als Helper naar Zijn discipelen stuurde. Dit klinkt misschien eenvoudig, maar het is essentieel dat we de drie Personen in de Godheid en hun unieke rollen in onze verlossing niet met elkaar verwarren.


In het boek Handelingen lezen we keer op keer dat de apostelen mensen doopten in de Naam van Jezus Christus (bijvoorbeeldHandeling 2:38). Hoe is dit te rijmen met Jezus' gebod in Mattheüs 28:20?

Wanneer we twee ogenschijnlijk tegenstrijdige teksten in de Schrift tegenkomen, zullen we bij nader onderzoek ontdekken dat beide teksten waar zijn.

Om duidelijk te maken dat de Vader, Zoon en Heilige Geest geen heidense drie-eenheid zijn, maakten de apostelen duidelijk dat de Zoon Jezus Christus is. En dus doopten zij in de Naam van "de Vader, de Zoon de Heere Jezus Christus en de Heilige Geest." Dit werd de doop in de Naam van Jezus Christus genoemd.

De gehoorzaamheid van het geloof

De doop moet de eerste stap van gehoorzaamheid zijn in het leven van een discipel, die wordt opgevolgd door een leven van gehoorzaamheid - en deze gehoorzaamheid moet de gehoorzaamheid van het geloof zijn en niet de gehoorzaamheid van het verstand.

Als Jezus op Zijn eigen verstand had vertrouwd, dan zou Hij nooit naar Johannes de Doper zijn gegaan om zich te laten dopen. Zijn verstand zou immers met veel tegenargumenten zijn gekomen om Zich niet te laten dopen - vooral omdat Hij nog nooit had gezondigd. Johannes zelf kon niet begrijpen waarom Jezus gedoopt zou moeten worden. Maar Jezus legde de argumenten van het verstand naast Zich neer en gehoorzaamde eenvoudigweg de stem van de Heilige Geest (Mattheüs 3:15).

Het Woord zegt in Spreuken 3:5: " Vertrouw op de HEERE met heel je hart, en steun op je eigen inzicht niet. " Het verstand is de grootste vijand van het geloof - omdat menselijk verstand de geestelijke waarheden niet kan begrijpen.

Wanneer wij ons laten dopen is ons hoofd het laatste deel van ons lichaam dat onder water gaat. Dat is symbolisch! Het gezag van het verstand is het deel van ons dat het moeilijkst te doden is! De kinderen van Adam leven vanuit wat hun verstand hen zegt. Door onze doop getuigen wij dat we gestorven zijn aan die manier van leven (het steunen op ons eigen inzicht) en dat wij nu leven van elk Woord dat uit de mond van God komt ( Mattheüs 4:4; Romeinen 1:17).

De doop wordt door sommige christenen afgedaan als een onbelangrijke zaak. Ook Naäman verachtte in eerste instantie het gebod van Elisa om zichzelf zevenmaal in de Jordaan te dopen om genezen te worden van zijn melaatsheid. Maar toen hij dat simpele gebod tóch gehoorzaamde, werd hij genezen ( 2 Koningen 5:10-14). Juist in de kleine dingen stelt God onze gehoorzaamheid op de proef.

Gehoorzaamheid aan God mag nooit uitgesteld worden. Als uw oude mens inderdaad gestorven is, dan moet hij meteen begraven worden. Het is een misdaad om een dood mens niet te begraven! "En nu, waarom aarzelt u? Sta op, laat u dopen…" ( Handelingen 22:16)

Hoofdstuk 6
De doop in het Heilige Geest

Ieder mens heeft twee dingen nodig. De eerste behoefte heeft te maken met ons verleden: de vergeving van onze zonden. De tweede behoefte heeft te maken met onze toekomst: de kracht om een leven te kunnen leven dat God behaagt. In die eerste behoefte is voorzien door de dood van Christus. Om te voorzien in die tweede behoefte, geeft God ons de kracht van Zijn Heilige Geest.

Kracht voor leven en bediening

Die eerste behoefte hadden we nooit uit onszelf kunnen vervullen. God moest dat doen. Dit geldt ook voor de tweede behoefte. In onze eigen kracht kunnen wij niet leven naar Gods wil of op een manier die Hem behaagt. Sommige mensen zijn wijs genoeg om dit helemaal aan het begin van hun christelijke leven al te erkennen en dus zoeken zij meteen naar de kracht van God. Maar anderen gaan een moeilijkere weg, waarbij zij gedurende vele jaren herhaaldelijk vallen en opstaan, totdat zij het uiteindelijk opgeven en zich tot God keren om Zijn kracht te ontvangen.

Helaas is er ook een andere groep mensen. Zij geven zichzelf uiteindelijk over aan een leven van nederlaag, nadat zij herhaaldelijk zijn gevallen en hebben gefaald, omdat zij zijn gaan geloven dat het onmogelijk is om een overwinningsleven te leiden.

Dit geldt ook voor het dienen van de Heere en voor het getuigen van Hem. De meeste gelovigen beseffen onmiddellijk na hun bekering dat zij getuigen moeten zijn voor de Heere. Toch ervaren ze vaak dat ze de mond dicht houden en dat ze de kracht niet hebben om te spreken. Sommigen accepteren dit en zien het als een ongelukkige karaktereigenschap. Zij geven de moed op om ooit een krachtige getuige van Christus te zijn.

Anderen beseffen dat God hen de kracht van de Heilige Geest beloofd heeft. En dus gaan zij God zoeken om die kracht te ontvangen en ontvangen zij die ook. Zij worden vervuld met moed en bekleed met bovennatuurlijke gaven om vurige, schaamteloze en effectieve getuigen van Christus te worden.

Geboren worden uit de Geest is één ding. Zo worden wij kinderen van God. Maar gedoopt (ondergedompeld) te worden in de Heilige Geest is iets heel anders. Daardoor worden we bekrachtigd om te zijn wat God wil dat we zijn en om te doen wat God wil dat we doen.

Ons nieuwtestamentische geboorterecht

Onder het Oude Verbond kwam de Heilige Geest alleen op sommige mensen, om hen ertoe in staat te stellen om voor God een specifieke taak te vervullen. Maar onder het Nieuwe Verbond kan iedereen de Heilige Geest ontvangen. Hij is gekomen om ons de heerlijkheid van Jezus te tonen en om ons te veranderen naar Zijn evenbeeld.

Johannes de Doper vertelde welke twee bedieningen Jezus zou gaan vervullen - de ene bediening was om zonden weg te nemen en de andere was om mensen te dopen in de Heilige Geest (Johannes 1:29,33). Wij moeten beiden ervaren.


De eerste belofte van het Nieuwe Testament is: "…Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden" ( Mattheüs 1:21). De tweede belofte van het Nieuwe Testament luidt: "Hij zal u dopen met de Heilige Geest" ( Mattheüs 3:11).

Het is veelzeggend dat het Nieuwe Testament begint met deze twee beloften. Dit was het begin van een nieuw tijdperk in Gods omgang met de mens - het nieuwe verbond. Dit is dan ook ons dubbele geboorterecht als kinderen van God - om verlost te worden van onze zonden en om gedoopt te worden in de Heilige Geest. En uiteraard wil God ons het volle geboorterecht geven - niet slechts de helft daarvan.

De eerste vijf boeken van het Nieuwe Testament beginnen allemaal met de belofte van de doop in de Heilige Geest ( Mattheüs 3:11; Markus 1:8; Lukas 3:16; Johannes 1:33; Handelingen 1:5 ). En toch hebben veel christenen het nagelaten om hier aanspraak op te maken.

Rivieren van levend water

De Heilige Geest wordt in het Nieuwe Testament voorgesteld als een rivier die vanuit de troon van God stroomt en op aarde neerstort ( Openbaring 22:1; Handelingen 2:33).

Gedoopt worden in de Heilige Geest betekent dat je in deze waterval gedompeld wordt. Jezus heeft gezegd dat allen die dorst hadden tot hem konden komen en de Heilige Geest konden ontvangen, zodat rivieren van levend water uit hun binnenste zouden kunnen komen ( Johannes 7:37).

De ervaring van de gemiddelde gelovige is echter beter te vergelijken met een handpomp

- een leven van worstelen, waarbij er een paar druppels zegen uit een droog hart gepompt worden. Toch hoeft het niet zo te zijn. Als onze droogte ons slechts naar de Heere zou drijven, dan zou deze situatie kunnen veranderen. Het is de wil van God voor ons leven dat er rivieren van zegening vanuit ons stromen naar allen die met ons in aanraking komen.

De eerste stap hier naartoe is erkenning van ons gebrek. Veel gelovigen raken verwikkeld in dwaze discussies over woorden. Maar we hebben kracht nodig en niet correcte terminologie. Wat heeft het voor zin om al je terminologie op orde te hebben, als je leven kurkdroog is? Het is veel beter om eerlijk te zijn en tot God te gaan om te erkennen dat er geen rivieren van zegen door ons heen stromen. Als we die eerste stap genomen hebben, kunnen we erop vertrouwen dat God ons datgene waar we om vragen zal geven.

Om gedoopt te kunnen worden in de Heilige Geest hebben we slechts dorst (een intens verlangen, ontstaan vanuit een sterke hunkering om God te verheerlijken) en geloof (het absolute vertrouwen dat God ons zal geven wat Hij beloofd heeft) nodig. Laat ons daarom met dorst en met geloof vragen om deze kracht, want dan zal God ons verzoek niet weigeren.

Met kracht bekleed worden

De eerste apostelen hadden alles achtergelaten om Jezus te volgen. Desalniettemin moesten zij wachten totdat zij in de Heilige Geest gedoopt zouden worden, voordat zij konden uitgaan om de bediening te vervullen die God hen gegeven had.


Jezus Zelf moest gezalfd worden met de Heilige Geest en met kracht voordat Hij kon beginnen met Zijn publieke bediening ( Handelingen 10:38). Als zelfs Hij deze zalving nodig had, hoeveel te meer hebben wij die dan nodig.

Jezus gebood Zijn apostelen om in Jeruzalem te wachten totdat zij "met kracht uit de hoogte bekleed" zouden worden ( Lukas 24:49). En vlak voordat Hij opsteeg naar de hemel, zei Hij opnieuw tegen hen dat zij "kracht" zouden ontvangen wanneer de Heilige Geest op hen zou komen (Handelingen 1:8). Op de Pinksterdag werd de Heilige Geest op hen uitgestort. Als gevolg daarvan werden die lafhartige mannen onmiddellijk veranderd in moedige, vurige getuigen voor de Heere (Handelingen 2:1-4). Wat zij hadden ontvangen was precies datgene wat Jezus hen beloofd had - kracht.

Wat wij nodig hebben om het christelijke leven te leven is niet slechts een leer, maar de kracht van God in ons leven. De doop in de Heilige Geest geeft ons zowel kracht voor godsvrucht als kracht voor bediening.

Diversiteit in het werk van de Geest

De Heilige Geest wordt in de Schrift vergeleken met de wind; en de wind waait op verschillende tijden op verschillende manieren. " zo is het met iedereen die uit de Geest geboren is", zei Jezus (Johannes 3:8). Elke gelovige zal dus een unieke ervaring hebben met de doop in de Heilige Geest, die qua uiterlijke details anders kan zijn dan de ervaringen van andere gelovigen. Maar waar het écht om gaat is de innerlijke bekleding met kracht.

God schenkt ons 'gaven van kracht' door de Geest, zodat wij Hem effectief kunnen dienen in de opbouw van de Gemeente, het Lichaam van Christus. Hij is echter ook Degene die bepaalt welke gave eenieder van ons moet hebben.

Van deze gaven is profetie de meest nuttige (1 Korinthe 14:1-5 ). Dit is het vermogen om krachtig te prediken en daardoor uit te dagen, te bemoedigen en te troosten. Er zijn ook gaven om te kunnen dienen, onderwijzen, genezen, vermanen, leiden, om geld te kunnen geven, enzovoorts (Romeinen 12:6-8; 1 Korinthe 12:8-10). Het vermogen om in onbekende talen te spreken ('de gave van tongen') is ook een gave die God geeft, om het voor ons mogelijk te maken om te bidden en Hem te prijzen, zonder de beperkingen van ons verstand en van onze moedertaal.

Als u nog niet gedoopt bent in de Heilige Geest, zoek God dan en maak aanspraak op uw geboorterecht. Vraag Hem ook om u hiervan zekerheid te geven. "Als u die slecht bent, uw kinderen dus goede gaven weet te geven, hoeveel te meer zal de hemelse Vader de Heilige Geest geven aan hen die tot Hem bidden?... U krijgt niet, omdat u niet bidt." (Lukas 11:13; Jakobus 4:2)

Laten we dan met ons hele hart tot God roepen, en net als Jakob bij Pniël tot Hem zeggen: "Ik zal U niet laten gaan, tenzij U mij zegent." ( Genesis 32:26)

Er is bij God geen partijdigheid. Wat Hij voor anderen heeft gedaan, zal Hij ook voor u doen. Hij is ook vandaag nog een beloner van wie Hem ernstig zoeken (Hebreeën 11:6). Hij is meer dan gewillig om de volheid van de Heilige Geest te schenken aan iedereen die ernaar verlangt om Hem te verheerlijken.


Hoofdstuk 7
Heiliging

De tweevoudige boodschap van het Evangelie wordt samengevat in de woorden van Jezus aan de vrouw die in overspel betrapt werd ( Johannes 8:11):

(1) Ik veroordeel je niet.

(2) Zondig niet meer.

Rechtvaardiging is de startlijn van de christelijke wedloop en heiliging is de renbaan waarover gelopen wordt. Het woord 'heiligen' betekent: apart zetten. En dus betekent heiliging dat iemand steeds meer apart gezet wordt van zonde, de wereld en van zijn eigen zelfleven.

Onze heiliging is de hoofdreden waartoe wij tot Christus komen - net zoals dat de mogelijkheid van het winnen van de wedstrijd voor een atleet de hoofdreden is om zich naar de startlijn te begeven. Het is voor een atleet zinloos om met de anderen naar de startlijn te gaan, als hij niet van plan is om deel te nemen aan de wedstrijd!

Gods doel met ons

De meesten van ons kwamen in de eerste plaats tot Christus met een zelfgericht motief - om een of ander voordeel te verkrijgen voor onszelf - misschien genezing, of verlossing van het hellevuur. Maar God ontvangt ons, ondanks dit zelfzuchtige motief. De vader in de gelijkenis van de verloren zoon hield zó veel van zijn zoon, dat hij hem terug verwelkomde, ook al kwam de zoon alleen maar naar huis om zijn maag te kunnen vullen. Zo goed is God!

Maar het zou heel droevig zijn als wij alleen maar volharden in het christelijke leven omdat wij naar de hemel willen gaan. Naarmate we meer gaan begrijpen van Gods bedoeling met ons leven, zouden we steeds meer moeten verlangen om dit doel volkomen te vervullen. Paulus bad voor de christenen in Efeze, dat de ogen van hun hart geopend zouden mogen worden om "de hoop van Zijn roeping" te mogen zien ( Efeze 1:18).

In Romeinen 8:29-30 kunnen we lezen wat de hoop van Zijn roeping is: " Want hen die Hij van tevoren gekend heeft, heeft Hij er ook van tevoren toe bestemd om aan het beeld van Zijn Zoon gelijkvormig te zijn, opdat Hij de Eerstgeborene zou zijn onder vele broeders. "

Het doel van God is dat wij veranderd worden naar het beeld van Jezus. Daar gaat het om bij heiliging - steeds meer worden zoals Jezus. Dat is de christelijke wedstrijd die wij moeten lopen, terwijl we onze ogen op Jezus gericht houden, Die dezelfde wedstrijd al gerend heeft ( Hebreeën 12:1-2).

Stoppen met zondigen

De eerste stap in deze wedloop is om te stoppen met bewust zondigen. Onder de Wet was er geen vermaning om te stoppen met zondigen. Maar onder het Nieuwe Verbond prediken alle apostelen dezelfde tweevoudige boodschap van het Evangelie die ook Jezus predikte: vrijheid van veroordeling en stoppen met zondigen.


Paulus zegt: "…zondig niet..." (1 Korinthe 15:34). Johannes zegt: "…ik schrijf u deze dingen, opdat u niet zondigt." ( 1 Johannes 2:1) En ook Petrus vermaant ons om op te houden met de zonde (1 Petrus 4:1).

Nadat Paulus in Romeinen 5 de rechtvaardiging uit geloof heeft uitgelegd, stelt hij deze vraag: " Wat zullen wij dan zeggen? Zullen wij in de zonde blijven, opdat de genade toeneemt? " (Romeinen 6:1). En nogmaals stelt hij de vraag (nu nog stelliger): "Wat dan? Zullen wij zondigen..?" ( Romeinen 6:15). Letterlijk staat daar: Zullen wij ook nog maar één keer zondigen? Het antwoord is in beide gevallen een volmondig 'Nee'. We moeten ernaar streven om nooit meer te zondigen. Ook niet eenmalig.

Klinkt dat als een zware, belastende boodschap? Die boodschap kan alleen maar belastend zijn voor degenen die willen blijven zondigen! Maar het is een vreugdevolle boodschap van bevrijding voor degenen die het beu zijn om gevangenen te zijn van de zonde. Elke gevangene zou opgelucht zijn als hij een boodschap zou horen die duidelijk maakt dat hij vrij kan komen. Dat zou toch niet belastend voor hem zijn, of wel?

Jezus was gezalfd om "aan gevangenen (van de zonde) vrijlating te prediken" en om "verslagenen (van Satan) weg te zenden in vrijheid" (Lukas 4:19).

De heerlijke belofte van het Nieuwe Verbond luidt: " …de zonde zal over u niet heersen. U bent namelijk niet onder de wet (het Oude Verbond), maar onder de genade (het Nieuwe Verbond opgericht door Jezus)" (Romeinen 6:14). De eerste stap op weg naar overwinning is om te geloven dat zo'n leven mogelijk is voor u.

Verzoeking en zonde

Verzocht worden en zondigen zijn twee verschillende dingen. In de Bijbel staat geschreven: " …ieder mens wordt verzocht, als hij door zijn eigen begeerte wordt meegesleurd en verlokt. Daarna, wanneer de begeerte bevrucht is, baart ze zonde… " (Jakobus 1:14-15). Zonde kan niet in ons hart geboren worden voordat de begeerte in ons vlees bevrucht is. Wij worden verzocht wanneer een begeerte een suggestie voorlegt aan ons verstand. Als ons verstand vervolgens instemt met die begeerte, dan vindt er bevruchting plaats en wordt zonde geboren.

Verzocht worden maakt ons nog niet slecht. Zelfs Jezus werd verzocht. Maar Hij heeft nooit op enige manier gezondigd, en dus was Hij volkomen rein.

De Schrift zegt dat Jezus in alles aan Zijn broeders gelijk moest worden (Hebreeën 2:17) en dat Hij in alles op dezelfde wijze is verzocht als wij (Hebreeën 4:15). Hij werd op precies dezelfde manier verzocht als wij, en toch heeft Hij nooit gezondigd.

Misschien klinkt dat voor sommigen van ons niet zo bijzonder, omdat we ons voorstellen dat Jezus, aangezien Hij Zelf God was, van nature gemakkelijk zonde kon overwinnen. Maar vergeet niet dat Hij " Zichzelf ontledigd heeft" van de eigenschappen van gelijkheid aan God, toen Hij naar de aarde kwam (Filippenzen 2:7). Ondanks het feit dat Hij God was, had Hij tijdens Zijn leven als mens op aarde slechts toegang tot die kracht van de Heilige Geest, die Hij ons ook vandaag de dag aanbiedt. Daarom zegt de Bijbel dat wij de wedloop moeten lopen "terwijl wij het oog gericht houden op Jezus…" (Hebreeën 12:2). In onze tegenwoordige " strijd tegen de zonde" kunnen we kijken naar Zijn voorbeeld en ons daardoor laten bemoedigen (Hebreeën 12:4). Hij overwon als mens iedere verleiding


waarmee ook wij geconfronteerd worden. Zodoende is Hij een Voorloper en een Voorbeeld voor ons geworden om te volgen (Hebreeën 6:20).

Dit is het "geheimenis van de godsvrucht" - Christus kwam in het vlees en is rechtvaardig verklaard in de Geest ( 1 Timotheüs 3:16). Hoewel Hij ons vlees had, bewaarde Hij Zijn geest gedurende Zijn hele leven in reinheid.

Dit geeft ons hoop dat ook wij kunnen overwinnen zoals Hij heeft overwonnen. Want Hij heeft voor ons een "nieuwe en levende weg " ingewijd door het vlees, waarlangs wij Hem kunnen volgen ( Hebreeën 10:20). Dat is de weg van heiliging.

De oude mens en de nieuwe mens

We hebben al gezien dat de oude mens was als een ontrouwe dienstknecht, die toeliet dat de dieven binnenkwamen in het huis. Maar die oude mens is gekruisigd, gestorven en begraven. Er leeft nu een nieuwe mens in ons, die zegt: "Zie, Ik kom om Uw wil te doen, o God." ( Hebreeën 10:7)

Toch weten we dat het mogelijk is voor een discipel van Jezus om te zondigen. Maar er is een verschil tussen een discipel die zondigt en een ongelovige die zondigt, net zoals er een verschil bestaat tussen een kat die in vies water valt en een varken dat ervoor kiest om in het vieze water te springen! De kat haat het vieze water, maar kan er per ongeluk in vallen. Het varken echter vindt het heerlijk. Dit heeft allemaal te maken met de aard van die dieren. De discipel van Jezus heeft een nieuwe aard gekregen, die houdt van reinheid en haat zonde.

De oude mens wil zondigen. De nieuwe mens wil nooit zondigen. Maar als de nieuwe mens niet sterk genoeg is, dan kan het zijn dat hij niet sterk genoeg is om de deur van zijn hart dicht te houden voor de begeerten van het vlees. Dat komt niet doordat hij die begeerten binnen wil laten. Nee. Maar wel doordat hij niet sterk genoeg is om weerstand te bieden. Dit kan komen doordat hij zichzelf niet voldoende gevoed heeft met het Woord van God, of doordat hij zichzelf niet versterkt heeft door gebed.

En dus bestaat er een verschil tussen zonde begaan en vallen in zonde. Het is belangrijk om je bewust te zijn van dit verschil, want daarmee kunnen veel onnodige gevoelens van veroordeling uit ons hart geweerd worden.

De Bijbel zegt: "Wie de zonde doet (hiermee wordt iemand bedoeld die met opzet blijft zondigen), is uit de duivel" ( 1 Johannes 3:8). Aan de andere kant schrijft Johannes aan de gelovigen: "…als iemand gezondigd heeft (hiermee wordt iemand bedoeld die per ongeluk in zonde valt) : wij hebben een Voorspraak bij de Vader, Jezus Christus, de Rechtvaardige. En Hij is een verzoening voor onze zonden " (1 Johannes 2:1-2).

Bewuste en onbewuste zonde

Er bestaat ook een verschil tussen zonde hebben en in zonde vallen. Zonde hebben betekent dat je onbewuste zonde hebt in je persoonlijkheid - zonde waarvan we onszelf niet bewust zijn, maar die wel opgemerkt kan worden in ons door anderen die geestelijk meer volwassen zijn. Maar zulke onbewuste zonde hoeft er nooit toe te leiden dat wij ons schuldig voelen. Want het Woord van God zegt: " Zonde wordt echter niet toegerekend als


er geen wet is. " (Romeinen 5:13) Dit betekent ook dat God ons geen zonde toerekent waarvan wij ons verstandelijk niet bewust zijn.

Tot aan ons sterfbed zullen we onbewuste zonde in onszelf houden - maar wel in steeds mindere mate, als we in het licht wandelen. De Bijbel zegt: " Als wij zeggen dat wij geen zonde hebben, misleiden wij onszelf... " (1 Johannes 1:8) Als iemand zegt dat hij geen zonde heeft, dan beweert hij eigenlijk dat hij al volmaakt is geworden zoals Christus. Maar Gods Woord zegt dat we pas bij Zijn wederkomst "Hem gelijk zullen zijn" - en niet daarvóór ( 1 Johannes 3:2). Degenen die beweren dat zij al volledig geheiligd en volmaakt zijn, misleiden zichzelf dus alleen maar.

Onbewuste zonde moet echter wel gereinigd worden. En het bloed van Jezus Christus reinigt ons ook van alle onbewuste zonde, zo lang wij in het licht van God wandelen (1 Johannes 1:7). Daarom kunnen wij nu vrijmoedig in de aanwezigheid van een oneindig heilige God staan, zonder enige angst.

Zo groot is de kracht van het bloed van Christus om ons te rechtvaardigen. Halleluja!

Barmhartigheid en genade

Er staat geschreven: " Laten wij dan met vrijmoedigheid naderen tot de troon van de genade, opdat wij barmhartigheid verkrijgen en genade vinden om geholpen te worden op het juiste tijdstip. " (Hebreeën 4:16) Barmhartigheid en genade zijn niet hetzelfde.

Barmhartigheid gaat over de vergeving van onze zonden. Dat heeft te maken met ons verleden. Maar we hebben ook genade nodig - om geholpen te worden op het juiste tijdstip in de toekomst.

Het juiste tijdstip om geholpen te worden is wanneer wij verzocht worden, wanneer wij dreigen te vallen - net zoals Petrus, toen hij op het punt stond te gaan zinken in de zee van Galilea ( Mattheüs 14:30). Op dat moment zouden wij moeten roepen om genade. En net zoals Jezus Zijn hand onmiddellijk uitstak om Petrus vast te houden, zullen ook wij ervaren dat wij genade krijgen, zodat we staande blijven en niet vallen.

Er bevinden zich heerlijke beloften in het Woord van God, die ons ervan verzekeren dat God ervoor zal zorgen dat wij niet vallen. Kijk eens naar enkele daarvan:

Allereerst belooft God dat Hij niet zal toelaten dat wij verzocht worden door een verleiding die zo sterk is dat wij hem niet kunnen overwinnen: " En God is getrouw: Hij zal niet toelaten dat u verzocht wordt boven wat u aankunt, maar Hij zal met de verzoeking ook de uitkomst geven om die te kunnen doorstaan. " (1 Korinthe 10:13)

Ook zegt Gods Woord: " …Hem nu Die bij machte is u voor struikelen te bewaren, en u smetteloos te stellen voor Zijn heerlijkheid " (Judas 24).

Met deze en vele andere, geweldige beloften in het Woord van God is het niet nodig dat wij nog langer zondigen. Vanaf nu kan ons leven geleefd worden om alleen nog Gods wil te doen (zoals ook gezegd wordt in 1 Petrus 4:2).


Steeds toenemende heiliging

Jezus gaf Zijn apostelen de opdracht om anderen te leren om alles te gehoorzamen wat Hij hen had geboden (Mattheüs 28:20). Iemand die van de Heere houdt zal allereerst met zijn hele hart proberen erachter te komen wat die geboden inhouden; en vervolgens zal hij proberen om die te gehoorzamen (Johannes 14:21).

Onder de wet gaf God de mens geboden, maar niet de kracht om die geboden te gehoorzamen. Waarom gaf God de wet dan? Alleen maar zodat de mens zou inzien dat hij niet in staat is om aan Gods standaard te voldoen, en om zich zodoende bewust te worden van zijn behoefte aan een Verlosser en een Helper. "Zo is dan de wet onze leermeester geweest tot Christus" ( Galaten 3:24).

Maar nu heeft God een Nieuw Verbond met de mens gemaakt. En Hij heeft ons niet alleen geboden gegeven, maar ook een Voorbeeld in de persoon van onze Heere Jezus Christus. Jezus liet door Zijn leven op aarde zien dat het mogelijk is voor ons om al Gods geboden te gehoorzamen.

God heeft in het Nieuwe Verbond ook beloofd om Zijn wetten in ons verstand te geven en die op onze harten te schrijven ( Hebreeën 8:10). Dit doet Hij door de Heilige Geest, Die in ons woont. De Heilige Geest is onze Helper, Die ons niet alleen laat zien wat de wil van God is, maar ons ook een verlangen geeft om die wil te doen en genade geeft om die wil geheel te gehoorzamen.

God is Degene Die ons volledig kan heiligen ( 1 Thessalonicenzen 5:23). Dit kunnen wij niet zelf doen. We moeten steunen op Hem - want Hij is Degene Die in ons werkt en ons zowel het verlangen als de bekwaamheid geeft om Zijn wil te doen. Maar wij moeten onze eigen zaligheid uitwerken "met vrees en beven" (Filippenzen 2:12-13). Wij moeten uitwerken wat God in ons werkt, want Hij heeft ons niet in robots veranderd!

God reinigt ons van de schuld van zonde. Maar het Woord zegt ook: " …laten wij onszelf reinigen van alle bezoedeling van vlees en geest, en de heiliging volbrengen in het vrezen van God. " (2 Korinthe 7:1) Dit moeten we meteen doen wanneer God Zijn licht doet schijnen op enige bezoedeling in ons.

Als wij zodoende door de Geest de daden van het lichaam doden, zal de vrucht van de Geest - liefde, blijdschap, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing - zich steeds meer openbaren in ons. Dit is wat het betekent om veranderd te worden naar het beeld van Christus.

Zo zal onze levensweg zijn als een steeds helderder schijnend licht ( Spreuken 4:18). Dit is de heerlijke weg van heiliging, die God voor ons bereid heeft.


Hoofdstuk 8
Gods Woord en gebed

De twee dingen die een pasgeboren baby nodig heeft, zijn voedsel en zuurstof. Precies hetzelfde geldt voor degenen die een geestelijke geboorte ervaren. Het pasgeboren kind van God heeft het nodig om te eten en te ademen.

Gods Woord moet het voedsel zijn en gebed de noodzakelijke adem.

Gods Woord - ons geestelijke voedsel

Een kind heeft in het begin melk nodig, maar moet later ook vast voedsel krijgen. De Bijbel bevat zowel melk als vast voedsel. De melk staat in de Bijbel symbool voor "het eerste onderwijs met betrekking tot Christus" (Hebreeën 6:1); vast voedsel staat symbool voor " het woord van de gerechtigheid" (Hebreeën 5:13).

Hoe lang het duurt voordat wij kunnen overgaan van melk naar vast voedsel, is afhankelijk van hoe snel wij gehoorzaam zijn aan het licht (inzicht) dat God ons geeft.

Onze geestelijke groei is afhankelijk van geloof en gehoorzaamheid.

God heeft ons beloften gegeven in Zijn Woord, zodat wij Hem kunnen vertrouwen. Hij heeft ons ook geboden gegeven om te gehoorzamen. Als we Gods Woord regelmatig overpeinzen en Hem vertrouwen en gehoorzamen, dan zullen we ontdekken dat we diep geworteld raken in God, zoals een groenblijvende boom, die nooit uitdroogt. God zal dan in staat zijn om ons zodanig te zegenen dat alles wat wij doen, goed zal lukken ( Psalm 1:2-3).

We kunnen Gods Woord niet begrijpen door het slechts verstandelijk te bestuderen. We hebben de openbaring van de Heilige Geest nodig. Jezus heeft gezegd dat geestelijke waarheden verborgen zijn voor wijzen en verstandigen, maar geopenbaard worden aan jonge kinderen (baby's) ( Mattheüs 11:25). Wat heeft een baby wél, dat wijze, intelligente mensen niet hebben? Een zuiver hart! God kijkt naar het hart en niet naar het hoofd. Hij geeft openbaring aan degenen die nederig zijn en die beven voor Zijn Woord (Jesaja 66:2).

Jezus heeft verder gezegd dat slechts zij die de wil van God willen doen, Gods Woord kunnen begrijpen (Johannes 7:17).

Gods Woord - Het zwaard van de Geest

Gods Woord is ook het wapen dat wij gebruiken in onze strijd tegen Satan. In Efeze 6:17

wordt het Woord van God genoemd als "het zwaard van de Geest".

Jezus Zelf gebruikte dit wapen op zeer effectieve wijze tijdens de laatste drie verzoekingen in de woestijn. Iedere keer antwoordde Hij op Satans verleidingen met de woorden: "Er staat geschreven…" ( Mattheüs 4:4-10). Zo overwon Hij; en zo kunnen wij ook overwinnen.


Satan is de aanklager. We moeten onderscheid maken tussen zijn beschuldigingen en de overtuiging van de Heilige Geest. Satan probeert ons altijd lastig te vallen en ons een gevoel van veroordeling op te dringen door zijn beschuldigingen. De overtuiging van de Heilige Geest daarentegen is altijd zachtmoedig en vol van hoop.

We kunnen de aanklager slechts overwinnen door het bloed van het Lam en door het woord van ons getuigenis (Openbaring 12:11). Wij kunnen zijn beschuldigingen omtrent de zonden die wij in ons verleden begaan hebben, alleen maar overwinnen wanneer wij tegen hem getuigen dat het bloed van Christus ons heeft gereinigd en ons volkomen heeft gerechtvaardigd. We moeten hetzelfde wapen gebruiken als Jezus: "Er staat geschreven…"

Het belijden van Gods Woord tot Satan is niet alleen de manier om zijn aanklachten te overwinnen, maar ook ontmoediging, angst en vele andere verleidingen waarmee de Satan onze gedachten aanvalt. Daarom is het zo belangrijk om Gods Woord goed te kennen, zodat de Heilige Geest de juiste tekst op het juiste moment in onze gedachten kan brengen.

Het is goed om elke dag een vast moment te hebben waarop wij Gods Woord overpeinzen en Hem vragen om tot ons te spreken. Als wij Gods Woord in ons hart opbergen, dan zal het voorkomen dat wij tegen Hem zondigen.

Gods plan voor ons leven

God heeft een volmaakt plan voor ons leven. En Hij wil ons op zo'n manier leiden dat dit plan vervuld wordt. Het meest zalige leven dat wij ooit kunnen leven op deze aarde, is wanneer wij dat plan volkomen vervullen. Wanneer wij een carrière kiezen of een huwelijkspartner kiezen, is het geweldig om te weten dat God al een levenspad heeft voorbereid voor ons! Als wij kiezen voor Zijn weg, dan kunnen we veel valstrikken vermijden die Satan op ons pad plaatst. God leidt ons in de eerste plaats door Zijn Woord om dat plan te vervullen.

Het vinden van de wil van God is een breed en diep onderwerp, waarover u meer kunt lezen in mijn boek genaamd "Hoe vind ik Gods wil? ".

In één van mijn andere boeken, genaamd " Seks, liefde en het huwelijk - de christelijke benadering", kunt u meer lezen over hoe het huwelijk op een geestelijke manier benaderd kan worden.

Gebed - spreken tot God

Communicatie met God is tweerichtingsverkeer. Eerst horen wij God tot ons spreken door Zijn Woord. Vervolgens spreken wij tot Hem.

Maar gebed betekent niet alleen dat je God dingen verzoekt te doen. Gebed betekent in de eerste plaats dat je tijd doorbrengt met God, net zoals een bruid tijd doorbrengt met haar bruidegom.

Er zijn geen regels voor hoe een bruid moet spreken tot haar bruidegom. Maar het is een goede gewoonte als de volgende elementen deel uitmaken van onze gebeden: (1) lofprijs


aan onze Vader voor Wie Hij is; (2) belijden van zonden en falen; (3) gebedsverzoeken aangaande het Koninkrijk van God; (4) gebedsverzoeken aangaande onze eigen behoeften; (5) voorbede voor de noden van anderen; (6) dankzegging voor wat God heeft gedaan; en (7) dankzegging voor wat God nog zal doen.

Jezus heeft gezegd dat wij altijd moeten bidden (Lukas 18:1).

Praten met God over de kleine dingen van het dagelijks leven is een goede gewoonte om te ontwikkelen - want zo kunnen we gedurende de hele dag in de geest van gebed zijn. Zodoende zal het voor ons een vreugde worden om tot God te spreken, en geen ritueel. Ook zullen we ontdekken dat God op verrassende manieren tot ons spreekt in onze harten.

Maar dit zijn nog maar de kleuterschoollessen van de gebedsschool. We kunnen verder doorgroeien als we trouw zijn.

Hoe dan ook mag het gebed nooit verwelken tot een droog en leeg ritueel. Gebed is net zoals ademen. Wanneer het voor ons moeilijk wordt om te ademen, dan weten we dat er iets mis is! God heeft nooit bedoeld dat het gebed droog of saai zou zijn.

Maar naarmate we vorderen, zullen we ondervinden dat gebed hard werk wordt. Als we trouw zijn om te bidden voor de kleine lasten die God op ons hart legt, zullen we ervaren dat God ons steeds meer van Zijn lasten geeft. Zo kunnen wij medewerkers worden van God in Zijn werk om anderen te zegenen.

Jezus bad "met luid geroep en onder tranen" (Hebreeën 5:7 ). Toen Hij bad in Gethsémané werd Zijn zweet als grote druppels bloed ( Lukas 22:44). Zó intens was Zijn gebed.

Hij bracht een keer een hele nacht door in gebed (Lukas 6:12). Ook had Hij de gewoonte om Zich regelmatig terug te trekken naar de woestijn om daar te bidden (Lukas 5:16).

Iemand heeft ooit gezegd: "Zoals toeristen zoeken naar interessante plekken om te bezoeken, wanneer zij op een nieuwe plaats komen, zo was Jezus altijd op zoek naar een stille plek om te kunnen bidden, waar Hij ook was."

Jezus' voorbeeld laat ons zien hoe belangrijk gebed is. Als Hij zoveel moest bidden, des te meer moeten u en ik dit dan doen.

Vecht dus in de strijd tegen luiheid en wees vastberaden om koste wat kost een man of vrouw van gebed te worden.

Hoofdstuk 9
Gemeenschap en de Gemeente

We hebben al gezien dat God ons gelijkvormig wil maken aan het beeld van Christus. Maar deze transformatie vindt niet plaats wanneer wij ons afzonderen van andere discipelen van Jezus. Slechts samen met hen zullen wij veranderd kunnen worden.

God wil niet alleen dat we leven in afhankelijkheid van Hem, maar ook dat we in gemeenschap met anderen leven. In het Oudtestamentische tijdperk werkte God door individuen - door een Mozes, een Elia of een Johannes de Doper. Maar in het Nieuwe Verbond verlangt God naar een Lichaam van gelovigen dat één is geworden, met Christus als Hoofd. Dit is 'de Gemeente' - het Lichaam van Christus.

De Gemeente - het Lichaam van Christus

De gemeente is geen gebouw en ook geen denominatie. Het Nederlandse woord 'gemeente' in het Nieuwe Testament is een vertaling van het Griekse woord 'ekklesia', wat betekent: een samenkomst van mensen die ergens uitgeroepen zijn. In dit geval gaat het om mensen die uit de wereld geroepen zijn om Gods eigendom te zijn.

Wereldwijd vormen de mensen die hebben gereageerd op Gods roeping om zich af te scheiden van zonde en van de wereld, de Gemeente - het Lichaam van Christus. Op elke plaats moeten deze leden van het Lichaam van Christus samenkomen om een lokale vertegenwoordiging te worden van dat Lichaam.

Het eerste lichaam van Christus was het fysieke lichaam waarin Jezus naar de aarde kwam. In dat lichaam liet God Zichzelf zien aan de wereld. Jezus onderwierp Zich zo volkomen aan de Vader, dat Hij aan het eind van Zijn leven kon zeggen: "Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien" ( Johannes 14:9).

Tegenwoordig is het onze roeping om samen Jezus te vertegenwoordigen naar de wereld om ons heen. Niemand kan Jezus helemaal alleen adequaat vertegenwoordigen. We hebben elkaar nodig. Zelfs de besten onder ons zijn nog te onevenwichtig. Bepaalde kenmerken van Christus kan zo iemand misschien wel weerspiegelen, maar andere eigenschappen veel minder. Maar samen zullen we ontdekken dat de sterke eigenschappen van de ene persoon compenseren voor de zwakke eigenschappen van de andere persoon. En als we leven in liefde en in onderdanigheid aan elkaar, dan kan Christus in Zijn geheel weerspiegeld worden door ons heen, aan een ongelovige wereld. Dit is Gods doel met de Gemeente.

Deel gaan uitmaken van een lokale gemeente

Zodra je bekeerd bent, moet je op zoek gaan naar en deel uitmaken van een gemeenschap van discipelen die ernaar verlangen om Gods Woord te gehoorzamen en Jezus te volgen.

Hierbij kan een pasbekeerde verbijsterd raken van het aantal groepen en denominaties dat hij tegenkomt in het christendom. Er zijn helaas heel erg veel groepen, met alle mogelijke soorten leerstellingen, die allemaal beweren de enige echte vertegenwoordigers te zijn van Christus op aarde!!


Veel van deze groepen nemen de Bijbel in de hand en proberen daarmee te bewijzen dat je geen deel kunt uitmaken van het Lichaam van Christus tenzij je bij hen bent aangesloten!

Het is bijna onmogelijk om hen ervan te overtuigen dat God veel kinderen heeft die geen deel uitmaken van hun 'groep' en die niet vasthouden aan hun eigenaardige leerstellingen! Zo krachtig kunnen vooroordelen zijn! Je moet oppassen dat je niet verstrikt raakt in dit web van Farizeïsme en sektarisme waardoor het hedendaagse christendom wordt geteisterd.

Houd uw hart open voor iedereen die de Heere liefheeft en Hem in oprechtheid wil volgen. Misschien zijn hun leerstellingen niet precies hetzelfde als die van u. Maar als zij wandelen in het licht dat God hen gegeven heeft, dan maakt dat niet zo veel uit. We kunnen niet van hen eisen dat zij wandelen in het licht dat God ons gegeven heeft.

Al Gods kinderen ontvangen

Wij moeten net zoveel broeders en zusters hebben als dat God kinderen heeft.

Alle mensen die God Zelf heeft aanvaard, zouden wij van harte moeten aanvaarden en ontvangen (Romeinen 14:1; 15:7). Als Jezus Zich niet schaamt om iemand Zijn broeder te noemen, dan mogen wij ons ook niet schamen (Hebreeën 2:11).

Er zijn twee uitersten in de manier waarop gelovigen kunnen omgaan met deze zaak van gemeenschap. Het ene uiterste is om compromissen te sluiten met de waarheid zelf, om de gemeenschap maar te kunnen handhaven. Het andere uiterste is om eenvormigheid te eisen in alle zaken voordat iemand deel mag uitmaken van de gemeenschap. Als u wijs bent, dan vermijdt u beide uitersten.

Het is duidelijk dat we niet kunnen samenwerken met mensen die het met ons oneens zijn over hoe Gods werk uitgevoerd moet worden. Desalniettemin hoeven we niet te eisen dat iemand anders tot in de kleinste detail op dezelfde manier gelooft als wijzelf, voordat we omgang kunnen hebben met die persoon. Er is een verschil tussen samenwerken met iemand en omgang hebben met iemand.

Toch moet u zoeken naar een gemeente in de buurt die een geestelijk thuis kan zijn voor u en waaraan u zich kunt toewijden.

De Nieuwtestamentische Gemeente

Te midden van de vele 'gemeenten' bij u in de buurt zou u moeten zoeken naar de gemeente die het meest voldoet aan de standaard van het Nieuwe Testament, zoals u dat tot dusverre begrepen hebt. Naarmate de tijd vordert en u het Nieuwe Testament beter gaat begrijpen, kan het gebeuren dat u de drang voelt om die 'gemeente' te verlaten en om u aan te sluiten bij een andere gemeente die meer in lijn is met het Gods Woord.

Dat is slechts een natuurlijke reactie voor iemand die geestelijk groeit en vastbesloten is om het hoogste en beste te bereiken dat God voor zijn leven in petto heeft. Neem nooit genoegen met minder dan het beste wat God u wil bieden, op welk gebied dan ook - dan zult u in de eeuwigheid nergens spijt van hebben.


Een Nieuwtestamentische Gemeente zal niet het label dragen van een of andere denominatie. Het is een gemeenschap van mensen die samengebracht zijn in de Naam van Jezus Christus door de Heilige Geest. Slechts aan zo'n groep heeft de Heere de belofte gedaan dat Hij in hun midden aanwezig zal zijn (Mattheüs 18:20).

De gemeente waarbij u zich aansluit, moet de Bijbel accepteren als het Woord van God en als het ENIGE fundament voor geloof en leven. Veel sektarische groepen citeren regelmatig de gezaghebbende boeken van hun leiders, ondanks dat zij beweren dat zij alleen de Bijbel als gezaghebbend zien. Naarmate u zo'n groep beter leert kennen zult u opmerken dat zij afhankelijker zijn van de leringen van hun leiders dan van het Woord van God. Ze kunnen ook veel goede eigenschappen hebben. Maar als u zich bij hen aansluit, dan zult u al gauw ervaren dat hun sektarische houding u tot een slaaf maakt.

In Gods Gemeente zijn alle gelovigen in gelijke mate priesters van God - want God heeft ons allemaal tot priesters gemaakt ( 1 Petrus 2:9). Een 'gemeente' die een speciale klasse heeft van priesters of 'pastors' die exclusief bevoegd zijn om het Woord te bedienen, gaat tegen de wil van God in.

God heeft bepaald dat de leiding van de gemeente in de handen van ouderlingen (altijd meer dan één) ligt. Maar deze ouderlingen hoeven geen 'voltijdwerkers' te zijn (Handelingen 14:23; Titus 1:5).

In de samenkomsten van een Nieuwtestamentische Gemeente zal de nadruk liggen op de prediking van Gods Woord. In zo'n gemeente zullen alle gelovigen de vrijheid krijgen om Gods Woord te delen, afhankelijk van hun volwassenheid en van hun geestelijke gave.

Als het Woord dat wordt gepredikt echt geïnspireerd is door de Heilige Geest, dan zult u ervaren dat het opbouwt, vermaant en troost, en dat het de verborgen dingen in de harten van de mensen blootlegt, zodat degenen die het horen daardoor gedwongen worden om te erkennen dat God heeft gesproken (1 Korinthe 14:3, 14:24-31).

Het hoofddoel van een écht Nieuwtestamentische Gemeente is om discipelen te maken en om hen door onderwijs tot volkomen gehoorzaamheid aan de geboden van Jezus te leiden ( Mattheüs 28:19-20). Het onderscheidende kenmerk van zo'n gemeente is de onderlinge liefde onder haar leden. Jezus heeft in Johannes 13:35 gezegd: " Hierdoor zullen allen inzien dat u Mijn discipelen bent: als u liefde onder elkaar hebt. "

Van zo'n gemeente, waar Gods Woord krachtig gepredikt wordt en waar de liefde van God heerst en waar de aanwezigheid van de Heere ervaren kan worden, zou u deel moeten uitmaken. En dat in de buurt van waar u woont.

Het belang van de gemeenschap

Juist wanneer we proberen om samen te leven in liefdevolle relaties met anderen, zullen we ontdekken hoezeer we onszelf moeten verloochenen en het kruis iedere dag moeten opnemen om die gemeenschap te handhaven.

Satan is altijd bezig om wiggen te drijven tussen de kinderen van God. Als we volwassen zijn, dan zullen we altijd waakzaam zijn om te voorkomen dat zulke splitsingen tussen ons


en anderen ontstaan. Het leidt tot een groot verlies wanneer gemeenschap in het Lichaam van Christus verbroken wordt - zowel voor God als voor ons.

Eenheid in een gemeente is een geweldige kracht. Satan kan slechts overwonnen worden door een verenigde gemeente. Een vrije parafrasering van de woorden van Jezus in Mattheüs 18:18-20 luidt als volgt: " Als twee gelovigen volkomen één zijn van geest, volledig verenigd, dan kunnen zij de Vader om alles vragen en hun verzoek zal ingewilligd worden - want Ik ben met Mijn kracht aanwezig, daar waar twee of drie van zulke verenigde zielen samengebracht zijn door de Heilige Geest. En zo'n gemeenschap van gelovigen kan satanische machten binden in de hemelse gewesten en op aarde en kan zodoende Satans kracht inperken. Ook kunnen zij door hun gebeden mensen die door Satan gebonden zijn, losmaken. "

Daarom brengt Satan verdeeldheid tussen gelovigen en daarom vormt hij klieken en groepen binnen een gemeente. Hij wil voorkomen dat zijn eigen koninkrijk aangevallen wordt door een verenigde gemeente. We moeten ons bewust zijn van Satans listen en niet naïef zijn.

Stelt u zich eens voor dat de ledematen van Christus' fysieke lichaam niet samen konden werken. Wat een geweldige beperking zou dat hebben veroorzaakt! Hij had dan de heerlijkheid van God niet op dezelfde manier kunnen openbaren aan deze wereld. Dit is de beperking waarmee Christus vandaag de dag geconfronteerd wordt als Hoofd van Zijn geestelijke Lichaam, de Gemeente, wanneer gelovigen verdeeld zijn.

Ook wij lijden verlies. Als u zichzelf afsnijdt van ook maar één kind van God, dan berooft u zichzelf daarmee van een deel van Gods rijkdom die tot u had kunnen komen door dat kind van God. We kunnen de liefde van Christus slechts leren kennen samen "met álle heiligen" ( Efeze 3:17-19).

Voor een verdere, verdiepende studie van het belang van christelijke gemeenschap kunt u mijn boek "Eén lichaam in Christus" lezen.

Hoofdstuk 10
Het einde van dit tijdperk

In de tijd van het Oude Testament was er nog geen duidelijk inzicht met betrekking tot het leven na de dood en Gods plan voor de toekomst. Maar Jezus gaf zeer duidelijk onderwijs over beide zaken. En voor ons is het goed om van dit onderwijs af te weten.

Wat is er na de dood?

De dood is geen verschrikking voor een discipel van Christus, want Jezus heeft de dood overwonnen. De dood is een verslagen vijand. Jezus is gestorven en heeft Satan daardoor krachteloos gemaakt, zodat wij helemaal geen angst voor de dood meer hoeven hebben ( Hebreeën 2:14-15). De sleutels van de dood zijn nu in handen van Jezus (Openbaring 1:18). Hij is de Enige Die de deur van de dood nu nog kan openen voor Zijn discipelen.

Satan kan hen niet meer aanraken.

Wat gebeurt er wanneer een mens sterft? Jezus gaf een duidelijk antwoord op deze vraag toen Hij sprak over de rijke man en Lazarus. Het zou goed zijn als u nu Lukas 16:19-31 leest, voordat we verder gaan.

Dit is geen gelijkenis - want Jezus gebruikte nooit namen van personen in een gelijkenis, zoals Hij hier wel doet. Zowel de rijke man als Lazarus waren echte mensen.

Jezus maakte hier duidelijk dat er maar twee plaatsen zijn waar de doden naar toe gaan. De ene is de hemel (hier ook wel 'schoot van Abraham' of 'paradijs' genoemd) - een plaats van vertroosting; en de andere is de hel - een plaats van marteling en lijden. Zodra een persoon sterft gaat zijn ziel onmiddellijk naar één van deze plaatsen, zelfs voordat zijn lichaam in de aarde begraven is. En ondanks dat hij geen lichaam meer heeft, zal hij zich toch bewust zijn van zijn omgeving en van vertroosting of pijn.

De mens is een driedelig wezen, bestaande uit geest, ziel en lichaam ( 1 Thessalonicenzen 5:23). Bij het sterven worden de ziel en de geest gescheiden van het lichaam, en gaan zij naar het paradijs of naar de hel.

Toen Jezus aan het kruis hing, zei Hij tegen de bekeerde dief dat hij nog diezelfde dag met Hem in het paradijs zou zijn. Zowel Jezus als die dief gingen naar het paradijs, direct nadat hun zielen uit hun lichamen waren getreden. Eerder had Jezus gezegd dat Hij na

Zijn dood drie dagen en drie nachten in "het hart van de aarde " zou zijn (Mattheüs 12:40). Hieruit kunnen we afleiden dat het paradijs zich, in die tijd, in het hart van de aarde moet hebben bevonden. Maar toen Jezus werd opgewekt "nam Hij de gevangenis gevangen" en voer Hij vanuit "de lagere delen van de aarde" op naar "de hoogte" ( Efeze 4:8-9). Hij nam het paradijs en alle zielen daarin mee naar boven, naar de derde hemel.

Als we in 2 Korinthe 12 de verzen 2 en 4 met elkaar vergelijken, dan kunnen we lezen dat het paradijs zich nu in de derde hemel bevindt. Daar gaat een discipel van Jezus naartoe wanneer hij sterft (Filippenzen 1:23).


De tekenen van de wederkomst van Christus

De Bijbel noemt enkele gebeurtenissen die net voor de wederkomst van Christus op de aarde zullen plaatsvinden. Enkele hiervan staan hier beschreven:

(1) Oorlogen, hongersnoden en aardbevingen (Mattheüs 24:7). Deze zijn er altijd al geweest op aarde. Maar sinds de Tweede Wereldoorlog (1939-1945) is er sprake geweest van een grote toename hiervan.

(2) Een plotselinge groei van kennis en een enorme toename van het reizen wereldwijd (Daniel 12:4). Ook deze verschijnselen werden in de afgelopen vijftig jaar méér gezien dan ooit tevoren.

(3) De mensen zullen liefhebbers zijn van genot ( 2 Timotheüs 3:4). Onzedelijkheid is een bijzonder kwaadaardig kenmerk van de tijd waarin wij leven. Pornografische films hebben een belangrijke bijdrage geleverd aan Satans bedoelingen om een toename van onzedelijkheid tot stand te brengen.

(4) De mensen zullen hoogmoedig zijn, lasteraars en hun ouders ongehoorzaam (2 Timotheüs 3:2-4). Vandaag de dag zien we de geest van rebellie overal om ons heen - in huizen, in scholen, in universiteiten en in fabrieken.

(5) Gelovigen zullen afvallig worden van het geloof ( 1 Timotheüs 4:1). Ook dit zien we terug in deze tijd, mede door de wildgroei van talloze sekten, waaraan vele gelovigen ten prooi vallen.

(6) De wedergeboorte van de natie van Israël (de vijgenboom, een symbool van Israël, zal uitlopen - Lukas 21:29-32 ). Sinds het jaar 70 na Christus zijn de Joden over de hele wereld verspreid geweest. Bijna 19 eeuwen heeft deze vijgenboom er uitgedroogd bijgelegen. Maar in mei 1948 werd de natie van Israël opnieuw geboren. Jezus heeft verder gezegd dat Jeruzalem bezet zou worden door niet- Joodse volken totdat de tijden van die volken vervuld zouden zijn ( Lukas 21:24). In Juni 1967 bezette Israël voor het eerst sinds 20 eeuwen de stad Jeruzalem weer.

Het is spannend om te zien wat er tegenwoordig allemaal in de wereld gebeurt. De tekenen wijzen allemaal op de spoedige wederkomst van Christus.

De eerste opstanding en de rechterstoel van Christus

Wanneer Christus komt zullen allen die Hem toebehoren in een ogenblik veranderd worden. We zullen nieuwe lichamen ontvangen die nooit zullen verouderen of sterven (1 Korinthe 15:51-53). Onze nieuwe lichamen zullen geheel gelijk zijn aan het lichaam dat Jezus Zelf had na Zijn opstanding (Filippenzen 3:20-21). Degenen die in Christus gestorven zijn zullen ook opstaan vanuit hun graven in hun nieuwe lichamen en zullen, samen met de discipelen van Jezus die op dat moment leven, opgenomen worden in de lucht om de Heere te ontmoeten ( 1 Thessalonicenzen 4:13-17).

Vervolgens zal Christus plaatsnemen op Zijn rechterstoel en zal Hij ons individueel beoordelen en belonen afhankelijk van hoe trouw wij zijn geweest tijdens ons leven op aarde.

De Bijbel zegt dat er op die dag kronen zullen worden uitgereikt aan degenen die trouw zijn geweest. U kunt meer lezen over de beloningen die de Heere dan aan Zijn discipelen zal geven in2 Korinthe 5:10, 1 Korinthe 3:11-15, 1 Korinthe 4:5, 2 Timotheüs 4:8 en 1

Petrus 5:4 .


Op die dag zullen we zien dat " veel eersten de laatsten zullen zijn, en veel laatsten de eersten " (Mattheüs 19:30). Van veel mensen die in onze ogen heel geestelijk schenen, zal op die dag duidelijk worden dat zij in Gods ogen niet erg trouw waren. Van andere mensen, waar wij misschien op neerkeken, zal geopenbaard worden dat zij zeer trouw waren in Gods ogen. Op die dag zal de onbekende, maar getrouwe weduwe meer waardering ontvangen dan de wereldberoemde, maar ontrouwe prediker.

Op die dag zullen we ook ontdekken dat veel van de dingen die mensen waardevol achtten op aarde, zoals geld en eer, voor God geen waarde hebben; en dat veel deugden die mensen niet waardevol achtten, zoals zuiverheid, nederigheid, onbaatzuchtigheid, barmhartigheid en goedheid, in Gods ogen van grote waarde zijn.

Hierna zal plaatsvinden wat de Bijbel 'de Bruiloft van het Lam van God' noemt - de geestelijke bruiloft van Jezus Christus en Zijn bruid - degenen die trouw zijn geweest in het ontkennen van zichzelf en die dagelijks hun kruis hebben opgenomen om Hem te volgen als Zijn discipelen op aarde (Openbaring 19:8-10). We zullen op die dag ook ontdekken dat al het lijden dat wij hebben doorgemaakt wegens onbegrip, vernedering, verdrukking en zelfs vermoord worden omwille van de Heere en Zijn Evangelie, het volkomen waard waren.

Het millennium

Vervolgens zal er een Duizendjarig Vrederijk aanbreken, waarin de omstandigheden van de hof van Eden weer zullen terugkeren op aarde. Een leeuw zal in vrede bij een lam verblijven en een zuigeling zal zich vermaken bij het hol van een ongevaarlijke adder ( Jesaja 11:6-9).

Dan zal Jezus regeren vanuit Jeruzalem als Koning van de hele aarde ( Zacharia 14:9-21). Satan zal gedurende die jaren gebonden zijn, zodat hij geen toegang heeft tot de aarde zoals vandaag de dag. Aan het eind van die duizend jaar zal Satan voor een korte periode vrijgelaten worden om de onbekeerde bewoners van de aarde nog één keer te beproeven. Opnieuw zal een grote menigte Satan navolgen. Dit zal Gods bewijs zijn aan engelen en aan mensen, dat deze mensen niet willen dat Christus over hen heerst, zelfs niet nadat zij duizend jaar vrede hebben ervaren. Zo blind, koppig en slecht is de mens. Maar God zal Zijn oordeel doen komen over die rebellerende menigte; en Satan zal in de poel van vuur (dat is slechts een grotere versie van de hel - Openbaring 20:7-10) geworpen worden.

De tweede opstanding en het eindoordeel

Daarna zal God vanaf Zijn oordeelstroon alle ongelovigen oordelen. Dit zal gebeuren bij de tweede opstanding. De doden zullen opgewekt worden uit hun graven. De zielen van alle ongelovigen zullen terugkeren vanuit de hel naar hun aardse lichamen om vóór God te staan en geoordeeld te worden. Vervolgens zullen zij geoordeeld worden "… overeenkomstig wat in de boeken geschreven stond, naar hun werken. " (Openbaring 20:12)

Ons geheugen is als een videoband die een betrouwbare opname maakt van alles wat wij hebben gedacht, gezegd en gedaan, en ook van onze opvattingen en motieven gedurende ons hele leven op aarde. Op die dag zal God deze videoband terugspoelen en vertonen


aan de hele wereld, zodat iedereen ons verborgen leven zal zien. Op deze manier zal God aantonen dat het volkomen rechtvaardig is wanneer Hij mensen voor eeuwig veroordeelt.

De mensen van wie de namen niet in het Boek des Levens gevonden zullen worden, zullen achter Satan aan in de poel van vuur geworpen worden, omdat zij hem immers ook op aarde dienden (Openbaring 20:15).

Het einde van de tijd

Dan zal de tijd staken en zal de eeuwigheid beginnen. De verloste mannen en vrouwen zullen dan binnengaan in de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, en de Bruid van Christus zal schitteren in al haar heerlijkheid (zoals beschreven in Openbaring 21).

Satan en alle ongelovigen zullen verwijderd zijn van die volmaakte hemel en aarde. In dat heerlijke, nieuwe universum zal de zonde zijn lelijke hoofd nooit meer kunnen opsteken en zullen er geen zondige begeerten meer zijn in ons vlees. De hemel zal gevuld zijn met mensen die vreugdevol gekozen hebben om voor eeuwig de wil van God te doen.

De oproep om te overwinnen

Petrus zegt in de Bijbel: "Als deze dingen (de tegenwoordige hemelen en aarde) dus allemaal vergaan, hoedanig behoort u dan te zijn in heilige levenswandel en in godsvrucht " (2 Petrus 3:11-12).

De boodschap van de Geest in deze laatste dagen kan in één woord samengevat worden: "OVERWIN" (zie Openbaring 2:7, 2:11, 2:17, 2:26, 3:5, 3:12, 3:21 en 21:7).

We zijn in dit boek begonnen door de nadruk te leggen op het missende element in veel van de hedendaagse prediking aan ongelovigen - BEKERING.

We sluiten dit boek af door de nadruk te leggen op het missende element in veel van de hedendaagse prediking aan gelovigen - OVERWIN.

God roept de mens er al sinds de zondeval toe op om een overwinnaar te zijn. God zei

tegen Kaïn: " …als u niet het goede doet, ligt de zonde aan de deur (van het hart)… maar ú moet over hem heersen." (Genesis 4:7) In het laatste boek van de Bijbel wordt die oproep herhaald: " Wie overwint zal, zal alles beërven, en Ik zal voor hem een God zijn en hij zal voor Mij een zoon zijn. " (Openbaring 21:7)

Niets op aarde kan vergeleken worden met de heerlijkheid van een leven dat in gemeenschap met God geleefd wordt en dat Zijn bedoelingen vervult. Het leven dat Jezus leefde op aarde was het meest prachtige, het meest glorieuze en het meest gelukkige leven dat een mens ooit heeft geleefd. Hij was niet wereldberoemd of rijk. Maar Hij straalde de heerlijkheid van God uit door Zijn leven.

Het goede nieuws van het Evangelie is dat ook u die heerlijkheid kunt uitstralen. U kunt gedurende al de dagen van uw leven een overwinnaar zijn. Ik bid daarom dat u trouw zult zijn en dat u uw ogen altijd gericht zult houden op de zaken die eeuwigheidswaarde hebben. Amen.